Toelichting op de heffingen
Grondwaterheffing
De grondwaterheffing betaalt een partij als ze grondwater uit de bodem halen. Dit heffen we op basis van de Omgevingswet en de Grondwaterheffingsverordening. We hebben ervoor gezorgd dat de opbrengsten niet hoger zijn dan de kosten. Per kubieke meter water (1.000 liter) is de heffing € 0,005.
Leges bouwactiviteiten
De provincie is onder andere verantwoordelijk voor de behandeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen op basis van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Ook houden we hier toezicht op. Dit doen wij alleen voor de bedrijven waarvoor we het bevoegd gezag zijn. De uitvoering hiervan ligt bij de vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland. De provincie int voor een omgevingsvergunning waar BRIKS-activiteiten (bouwen, reclame, inritten, kappen, slopen) onderdeel van zijn de vergoedingen, die hiervoor de kosten moeten dekken. Deze vergoedingen legt de provincie op zoals dat in de Legesverordening bouwactiviteiten Omgevingswet Zuid-Holland 2025 staat. De vergoeding mag niet hoger zijn dan de kosten. Dit hebben Provinciale Staten besloten.
In 2026 is gewerkt aan een herziening van de legesverordening. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027. Deze aanpassing zorgt voor een geleidelijke overgang tussen de staffels, in plaats van grotere sprongen zoals in de huidige staffels.
Leges infrastructuur
Leges infrastructuur worden in rekening gebracht voor het behandelen van vergunningaanvragen door Domein Uitvoering. De opbrengsten van deze leges worden verantwoord bij Beleidsdoel 2-2 Beheer en onderhoud. De leges worden conform de Legesverordening infrastructuur Zuid-Holland 2027 opgelegd. Deze legesverordening zal inwerking treden per 1 januari 2027.
De legestarieven mogen maximaal kostendekkend zijn. Uitgangspunt bij de leges infrastructuur is 100% kostendekkendheid. De kostendekkendheid berekening voor 2027 laat een daling zien van de te verwachte kosten, en daarmee ook een daling van de te verwachte opbrengsten.
Leges milieubelastende activiteiten
De provincie is onder andere verantwoordelijk voor de behandeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Ook houden we hier toezicht op. Maar alleen voor de bedrijven waarvoor de provincie volgens de Omgevingswet bevoegd gezag is. De uitvoering hiervan ligt bij de vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland. In de Omgevingswet is geregeld dat de provincie leges kan heffen over het milieudeel van een aanvraag omgevingsvergunning. Dit heet een milieubelastende activiteit. De provincie int voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit de leges. Deze vergoeding moet de kosten dekken. In 2026 is gewerkt aan een vereenvoudiging van de legesverordening milieubelastende activiteiten. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027. Met deze vereenvoudiging wordt beoogd de verordening beter toegankelijk en uitvoerbaar te maken voor zowel belastingplichtigen als de uitvoeringsorganisaties.
De herziening omvat tevens aanpassingen in de tariefstructuur. De daarmee samenhangende financiële effecten zijn betrokken bij en verwerkt in de begroting 2027.
VTH - leges natuurbescherming
Provincie Zuid-Holland heft voor een deel van de activiteiten die de natuur betreffen op grond van de Omgevingswet leges. Het gaat hier dan bijvoorbeeld om ruimtelijke ontwikkelingen waaronder woningbouw die een effect hebben op beschermde soorten.
Motorrijtuigenbelasting
Op grond van artikel 222 van de Provinciewet en de Verordening heffing opcenten heft de provincie opcenten op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting (mrb). Dit is de enige substantiële algemene belasting die de provincie kan heffen. Meer dan 50% van de totale jaarlijkse inkomsten voor Zuid-Holland komt uit de opcenten op de motorrijtuigenbelasting. De heffing en inning van de opcenten wordt uitgevoerd door de Rijksbelastingdienst. De geïnde opcenten worden door de belastingdienst maandelijks aan de provincie afgedragen.
Tarief opcenten
Provinciale Staten stellen jaarlijks het tarief voor de opcenten vast. Het tarief mag het wettelijk maximum niet overschrijden. Dit maximumtarief wordt elk jaar geïndexeerd op basis van de prijsontwikkeling (de zogenaamde tabelcorrectiefactor). Daarnaast geldt er met ingang van 2026 een structurele verhoging van 0,3 opcenten die is afgesproken in het coalitie akkoord.
Provinciale Staten hebben middels de motie ‘Herziening van de verhoging van de provinciale motorrijtuigenbelasting bij positief financieel perspectief meicirculaire 2026’ gevraagd te onderzoeken naar mogelijkheden tot verlaging van de opcenten op de motorrijtuigenbelasting. Het College geeft hier in 2027 uitvoering aan door de eerdere verhoging van 0,3 opcenten ongedaan te maken.
In deze meerjarenbegroting 2027 wordt het tarief van de opcenten conform Kadernota 2027-2030 geïndexeerd. Voor het belastingjaar 2027 wordt daarom voorgesteld het tarief te verhogen met 1,9 opcenten (2,1% conform CEP 2026). Tevens correctie van 0,3 opcenten ter uitvoering van de hierboven genoemde motie.
Dit betekent dat het nieuwe tarief opcenten voor het jaar 2027 106,3 opcenten bedraagt (was 104,4). Deze aanpassing van het tarief zorgt ten opzichte van begroting 2026 voor een structurele opbrengststijging van € 19,6 miljoen. Hierbij is het goed te vermelden dat deze opbrengstenstijging niet alleen het gevolg is van de indexatie, maar ook autonome ontwikkelingen zoals verandering in de samenstelling van het wagenpark (meer hybride en zwaardere auto’s) en afbouw van kortingen op elektrische voertuigen. De totaal geraamde opbrengst motorrijtuigenbelasting voor 2027 bedraagt € 510,9 miljoen. Het verwachte ongewogen landelijk gemiddelde voor 2027 bedraagt 95,4 opcenten.
Precariobelasting
De provincie heft Precariobelasting ‘voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde provinciale grond’. In de bij de Verordening Precariobelasting behorende tarieventabel zijn de belastbare feiten en tarieven opgenomen.
Conform de tarieven in de Kadernota 2027–2030 worden de tarieven van de precariobelasting in de meerjarenbegroting 2027 geïndexeerd. Voor het belastingjaar 2027 leidt dit tot een voorgestelde tariefsverhoging van 2,1%, met uitzondering van tariefcode 80.
