Onderstaande tabel laat zowel het totaal aan begrote arbeidskosten zien, als de afzonderlijke categorieën. Deze bedragen kwamen als volgt tot stand:
Omschrijving (bedragen x € 1 miljoen) | 2026 na Najaarsnota | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|
| | | |
|---|
A. Loonkosten formatie | 230,3 | 235,9 | 233,2 | 229,3 | 220,9 |
|---|
B. Kosten voor inhuur van externen | 41,5 | 29,1 | 19,3 | 17,6 | 16,4 |
|---|
C. Detacheringen en uwv | -1,5 | -1,5 | -1,5 | -1,5 | -1,5 |
|---|
Totaal arbeidskosten | 270,3 | 263,5 | 251,1 | 245,4 | 235,9 |
|---|
Percentage inhuur | 15% | 11% | 8% | 7% | 7% |
|---|
Het Arbeidscapaciteitsplan gaat uit van een evenwichtige samenhang van Taken, Knaken en Personeel (TKP). Dit betekent dat het budget voor arbeidscapaciteit genoeg is voor de benodigde inzet van personeel om onze taken uit te voeren. Daarbij begroten we realistisch, deels op basis van ervaringen uit voorgaande jaren.
Uitbreiding van het kader kan alleen als het takenpakket toeneemt of de provincie een andere rol op zich neemt. Daarbij nemen we aan dat we extra kosten voor de nodige externe inhuur betalen vanuit de materiële budgetten. Ook verwachten we opnieuw tijdelijke externe middelen, zoals rijksbijdragen. Eventuele veranderingen in deze externe financiering beïnvloeden de benodigde arbeidscapaciteit en de uitvoering van taken.
De begroting arbeidscapaciteit 2027 kent een aantal onzekerheden. Een deel van het vaste loonkostenbudget wordt immers gedekt uit middelen van derden. Voor 2027 zijn op het moment van opstellen van de begroting nog niet alle verwachte beschikkingen vanuit onder andere het rijk ontvangen voor de gepresenteerde periode. Naar verwachting zal eind 2026 duidelijkheid komen en wordt de verwerking van deze beschikkingen meegenomen in de Voorjaarsnota 2027. Dit heeft deels ook betrekking op de budgetten externe inhuur. Naast het streven om de externe inhuur te dringen, verklaart deze onzekerheid de sterk afnemende ontwikkeling van het budget externe inhuur ten opzichte van 2026 na de Najaarsnota 2026.