Paragrafen

Paragraaf Financiering

Financiering

De activiteiten van de provincie Zuid-Holland worden gefinancierd uit drie bronnen: uit het eigen vermogen, uit het werkkapitaal (dit is het geld dat de provincie nodig heeft om aan de dagelijkse financiële verplichtingen te voldoen, geld dat op korte termijn beschikbaar is) en uit het (aantrekken) van vreemd vermogen (geld uit leningen). De verwachting is dat op zijn vroegst in 2028 weer nieuw vreemd vermogen aangetrokken zal worden. Doordat we elk jaar een gedeelte aflossen op al onze leningen zal de totale schuld komend jaar nog afnemen en daarna gestaag weer toenemen.

De berekening van toekomstige rentelasten baseren we op ervaringscijfers en inschattingen wat we in de periode van één collegeperiode realistisch gezien kunnen uitgeven. Onze inschatting is dat we maximaal € 300 miljoen voor vier jaar, dus € 75 miljoen per jaar, aan nieuwe leningen aantrekken. De volgende stap in het traject om realistischer begroten is om de toekomstige baten en lasten en investeringsuitgaven in de begroting dusdanig realistisch te ramen dat daar vanzelf ook een realistische financieringsvraag uit voortkomt. In het jaar 2027 zal dit nader worden uitgewerkt.
 
De behoefte aan nieuwe externe financiering vanaf 2028 wordt veroorzaakt door investeringen die dan gepland zijn. Ten opzichte van de begroting van vorig jaar is het moment dat we verwachten voor het eerst weer leningen aan te trekken een jaar opgeschoven. Dat komt doordat investeringen zijn vertraagd en omdat we meer geld uit het provinciefonds en de inkomsten uit de opcenten krijgen. De ontwikkeling van de totale hoeveelheid leningen ziet er nu als volgt uit:

Deze pagina is gebouwd op 09/28/2026 08:02:25 met de export van 09/28/2026 07:51:50