1.2 Inzicht in het begrotingssaldo
Tekorten of overschotten op het begrotingssaldo worden verrekend met de Algemene vrije reserve. Het saldo van de baten en lasten en die van de reserves is daarom aan elkaar gelijk. Om het totale en structurele begrotingssaldo inzichtelijk te maken zijn in onderstaande tabel de mutaties voor het boeken van overschotten of tekorten naar de Algemene vrije reserve niet meegenomen zodat het totale begrotingssaldo inzichtelijk wordt. Daar worden dan de inzet van de bestemmingsreserves en incidentele baten en lasten vanaf gehaald om het structurele begrotingssaldo inzichtelijk te krijgen. Verderop in deze begroting zijn de incidentele baten en lasten per ambitie gespecificeerd.
(bedragen x € 1 miljoen) | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
Saldo baten en lasten | -142 | -49 | 13 | 48 |
Saldo reserves | 103 | 64 | 38 | 20 |
Totale begrotingssaldo (I+S) | -39 | 15 | 51 | 68 |
Af: incidentele reserve mutaties | -103 | -64 | -38 | -20 |
Bij: incidentele baten en lasten | 123 | 50 | 24 | 5 |
Structureel begrotingssaldo | -19 | 2 | 37 | 53 |
Correctie voor de fasering van lasten Investeringsagenda | 11 | 9 | 9 | 6 |
Correctie beklemmingen jaarrekening 2025 | 1 | 0 | 0 | 0 |
Correctie voor de fasering van lasten | 18 | 16 | 13 | 2 |
Structureel reëel begrotingssaldo | 11 | 27 | 59 | 60 |
Toelichting methodiek structureel begrotingssaldo en de berekening daarvan:
De berekening van het structureel begrotingssaldo heeft tot doel om vast te stellen of per saldo alle structurele taken ook gedekt zijn door structurele middelen. Als dat niet het geval is, dan worden structurele lasten uit incidentele middelen gedekt wat in de toekomst tot problemen kan leiden. Als voorbeeld: als je het onderhoud aan je huis alleen kunt betalen als je je spaarrekening gebruikt en je spaarrekening wordt niet aangevuld dan zul je ooit door je spaargeld heen zijn en het onderhoud niet meer kunnen betalen.
Met dat in gedachte is het uitgangspunt vanuit het BBV dat alle reserve mutaties incidenteel zijn (de reserves zijn de spaarrekeningen in het voorbeeld) en alle taken die de provincie uitvoert naar hun aard structureel. Structurele lasten (en baten) mogen daarbij per jaar wel fluctueren, maar moeten wel reëel worden begroot. Van incidentele lasten moet onderbouwd zijn dat die geen onderdeel zijn van een structurele taak. Voorbeelden van incidentele lasten zijn de realisatie van het NNN en de aanleg van een warmteleiding.
In bovenstaande berekening geeft het saldo van baten en lasten weer of er meer baten dan lasten zijn of omgekeerd. In 2027 geeft het getal van € 142 miljoen aan dat er voor dat bedrag meer lasten zijn dan baten. Het saldo reserves in 2027 van € 103 miljoen (de regel eronder) geeft aan welk deel van het saldo aan baten en lasten gedekt wordt vanuit de inzet van reserves. Een negatief getal betekent hier dat er minder uit de reserves onttrokken wordt dan erin wordt gestort. Dit resulteert in 2026 in een tekort van € 39 miljoen. Dat overschot wordt dan onttrokken aan de Algemene vrije reserve.
In de voorgeschreven methodiek voor het berekenen van het structureel begrotingssaldo wordt er rekening mee gehouden dat een deel van de reserve mutaties (onder bepaalde voorwaarden) structureel kan zijn. Om het structurele begrotingssaldo uit te rekenen wordt het totale begrotingssaldo daarom eerst gecorrigeerd voor alle incidentele reserve mutaties. Aangezien wij als PZH geen structurele reserve mutaties kennen is dit bedrag gelijk aan het saldo van de reserves (€ 103 miljoen). Daarnaast kan het zijn dat er een verschil bestaat tussen de hoogte van de incidentele lasten en incidentele baten. In bovenstaande berekening laat het positieve bedrag van € 123 miljoen in 2027 zien dat er meer incidentele lasten dan baten zijn. Dat betekent per saldo dat een deel van de incidentele lasten door structurele baten gedekt zijn. Dat is gunstig voor het structureel begrotingssaldo en wordt in de berekening dus weer opgeteld. Het getal van € -/-19 miljoen geeft aan dat er een tekort is in het structureel begrotingssaldo. Dat betekent dat de structurele lasten niet volledig gedekt worden door structurele baten.
Structureel reëel begrotingssaldo
In bovenstaande tabel presenteren we ook een structureel reëel begrotingssaldo. Dit saldo komt tot stand door het structureel begrotingssaldo te corrigeren voor budgetten van structurele taken die worden doorgeschoven naar latere jaren. Elk jaar zien we, met name bij de najaarsnota, dat budgetten van structurele taken in het lopende jaar (2026) worden verlaagd en in een later jaar (2027 of verder) worden opgehoogd. Deze bijstellingen zijn meerjarig gezien saldo-neutraal: wat er in het ene jaar wordt verlaagd, komt er in een ander jaar weer bij. Een belangrijke verklaring voor het doorschuiven van deze lastenbudgetten is dat de lastneming van subsidiebudgetten in een later jaar plaatsvindt dan het jaar waarin de subsidie is toegekend. We kunnen die budgetten die worden doorgeschoven ook niet laten vrijvallen, omdat er al juridische verplichtingen voor zijn aangegaan.
Het doorschuiven van deze lastenbudgetten is passend bij realistisch begroten, wat een vereiste is vanuit het BBV en daarnaast de aandacht heeft van het college en Provinciale Staten. Tegelijk zorgen deze bijstellingen ervoor dat het structurele begrotingssaldo in het lopende jaar verbeterd (in 2026 verlagen we lastenbudgetten), maar het structurele begrotingssaldo in latere jaren verslechterd (in 2027 en verder verhogen we lastenbudgetten). Het reële beeld van het structurele begrotingssaldo wordt hierdoor beïnvloed.
Het structureel reëel begrotingssaldo komt tot stand door het structureel begrotingssaldo te corrigeren voor budgetten van structurele taken die zijn doorgeschoven vanuit de Najaarsnota 2026 naar latere jaren en de middelen die beschikbaar zijn gesteld via de reserve Investeringsagenda 2026-2030. In de Najaarsnota 2026 gaat dit om € 58,4 miljoen aan lastenbudgetten die vanuit 2026 worden doorgeschoven naar 2027-2035. Het corresponderende positieve effect van mutatie valt in de betreffende jaren, waaronder 2027 (€ 18,4 miljoen), 2028 (€ 15,6 miljoen en 2029 (€ 12,5 miljoen). In die jaren verbetert het structureel reële begrotingssaldo.
Voor 2027 gaat de correctie per saldo om € 30,4 miljoen aan lastenbudgetten, waarvan € 18,4 miljoen aan doorgeschoven lastenbudgetten 2026 en € 10,9 miljoen aan lastenbudgetten uit de Investeringsagenda 2026-2030. Het structurele reële begrotingssaldo is voor 2027 daardoor € 11,1 miljoen voordelig (= -/- € 19,3 miljoen structureel begrotingssaldo + € 30,4 miljoen). Zo komen we de gemaakte afspraak in het coalitieakkoord ‘Krachtig Zuid-Holland’ na om het structurele beleid ook structureel gedekt te hebben. Ook voor 2028 en verder is het structureel reële begrotingssaldo voordelig, waarbij dit oploopt van € 25 miljoen voordelig in 2028 tot circa € 90 miljoen voordelig vanaf 2031.
