Het beleidsdoel Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen is vastgesteld in het omgevingsbeleid. De uitwerking van dit beleidsdoel vind je via deze link .
Beleidsprestatie 2-1-1 Stimuleren transitie naar duurzaam, veilig en slim personenvervoer
Wat willen we bereiken?
De provincie wil dat iedereen zijn bestemming kan bereiken op makkelijke, snelle, veilige en duurzame wijze. De provincie streeft daarbij naar een toekomstbestendig Zuid-Holland. Dat betekent dat ze meer voorrang geeft aan gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Hierbij heeft de provincie steeds meer oog voor verschillen in de behoeften binnen gebieden en van doelgroepen.
Door groei van de bevolking en economie wordt het steeds drukker. Bovendien moet er de komende jaren veel onderhoud aan wegen en bruggen gedaan worden. Dit leidt tot overlast. De provincie zet zich -samen met andere overheden- in om deze overlast en de files zo klein mogelijk te houden, bijvoorbeeld in het samenwerkingsverband Zuid-Holland Bereikbaar.
Met voorzieningen en werk dichtbij hoeven bewoners minder ver te reizen, lopen ze vaker, fietsen ze meer, pakken ze vaker het OV en verbetert hun bereikbaarheid. Daarom werkt de provincie aan wonen, werken, voorzieningen en goed openbaar vervoer in de buurt. Ze ontwikkelt dat in samenhang en werkt daarbij gebiedsgericht.
In Zuid-Holland worden veel woningen gebouwd. De provincie vindt lopen en fietsen heel belangrijk, en neemt dit direct mee vanaf de ontwerpfase. Ook omdat actief bewegen minder ruimte inneemt tijdens het verplaatsen. Door de snelle opkomst van de elektrische fiets gaan meer mensen vaker en verder fietsen en de provincie stimuleert dat graag verder. De provincie gaat daarbij uit van het STOMP-principe, waarbij ze de manieren van verplaatsen zoveel mogelijk ondersteunt in de volgorde: Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar vervoer, (deel)mobiliteit en tot slot de privéauto. Zo maakt zij duurzame en ruimte-efficiënte verplaatsingen vanzelfsprekend. Terwijl de meeste mensen thuis een fiets hebben, ontbreekt meestal de mogelijkheid om te fietsen na een reis met het openbaar vervoer. Daarom zet de provincie in op deelfietsen voor het laatste stukje van een reis.
Het reisgedrag van mensen veranderen is niet eenvoudig. Samen met Zuid-Holland Bereikbaar doet de provincie daar haar uiterste best voor, maar uiteindelijk kiest iedereen zelf hoe hij of zij reist. Daarom blijft het belangrijk dat ook de auto een goede en vlotte optie is. Met de toenemende druk op ons wegennet moeten we knelpunten blijven aanpakken en, waar dat nodig is, aanvullende infrastructuur realiseren.
De provincie vindt ieder verkeersslachtoffer er één te veel en streeft naar elk jaar minder verkeersslachtoffers en nul verkeersslachtoffers in 2050. De provincie werkt samen met andere organisaties aan een veilige infrastructuur en moedigt verkeersveilig gedrag aan door middel van onderwijs en voorlichting. De provincie onderhoudt contact met politie en het Openbaar Ministerie (OM) over passende handhaving.
Er is weinig ruimte en geld voor nieuwe wegen. De provincie kijkt daarom naar innovatieve mogelijkheden om(vaar)wegen, fietspaden en openbaar vervoer beter te benutten. Ook werkt ze eraan om de manieren van verplaatsen schoner te krijgen, bijvoorbeeld door de mogelijkheden voor elektrisch laden te verbeteren.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Bereikbaarheid door nabijheid
- Wij adviseren gemeenten om nabijheid van wonen, werken en voorzieningen te bevorderen, bijvoorbeeld door woningen te bouwen dichtbij voorzieningen zoals winkels en kantoren en bij haltes voor het openbaar vervoer. Zo zijn voorzieningen voor iedereen dichtbij en goed bereikbaar.
- Wij letten op de gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw op de bereikbaarheid via de weg, fietspad en het openbaar vervoer. Wij doen een zogeheten mobiliteitstoets op ruimtelijke plannen van gemeenten. Dat betekent dat wij kijken of mensen er lopend en met de fiets, openbaar vervoer en auto kunnen komen. Wij letten ook op de verkeersveiligheid en op parkeernormen. Zo kunnen de bewoners straks prettig wonen én hun bestemming goed bereiken. Ook in het landelijk gebied.
- Wij verwachten samen met het Rijk en gemeenten een overeenkomst sluiten over de opwaardering van vier bestaande stations langs de spoorlijn Leiden – Dordrecht (de Oude Lijn) zodat deze projecten naar de planuitwerking kunnen. Het doel is om de capaciteit van de stations Leiden Centraal, Laan van NOI, Schiedam Centrum en Dordrecht te vergroten, zodat er meer mensen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. De stations zijn belangrijke schakels voor regionale reizen. Tegelijkertijd werken wij aan een besluitvorming over vier nieuwe stations langs de Oude Lijn en frequentieverhoging, zodat het netwerk fijnmaziger wordt en meer plekken in Zuid-Holland goed bereikbaar worden met het openbaar vervoer.
- Daarnaast werken wij via het programma MoVe (Mobiliteit en Verstedelijking) aan het bereikbaar houden van de zuidelijke randstad, waarbij nabijheid een belangrijk onderdeel is. Hierbij houden wij rekening met verschillende soorten van vervoer en met de opgaven voor wonen, werken en voorzieningen. Het programma MoVe heeft ook (grote) projecten. De projecten waar de provincie bij betrokken is, staan in beleidsprestatie 2-1-4 Voorbereiding provinciale infrastructuurprojecten en infrastructuursubsidies (PZI).
Schonere mobiliteit
- Samen met de provincie Zeeland voeren we de Regionale Aanpak laadinfrastructuur (RAL Zuidwest) uit. Zo dragen we bij aan schonere lucht en aan minder of geen uitstoot van schadelijke stoffen. We zorgen ervoor dat er laadpunten komen in de openbare ruimte. Dit doen we onder meer door gemeenten te ondersteunen bij het organiseren van concessies. Ook ondersteunen we ondernemers en bedrijventerreinen met kennis om (logistieke) laadpleinen te realiseren.
- We onderzoeken hoe we gronden van de provincie zoals carpoolplaatsen of bedrijventerreinen duurzaam kunnen inzetten om de overgang naar schonere energiedragers te bevorderen.
- We bepalen de provinciale rol en inzet met betrekking tot infrastructuur voor schone energie. We verlenen subsidies en werken mee aan projecten die bijdragen aan het opwekken van duurzame energie en/of het verminderen van schadelijke uitstoot. Een voorbeeld hiervan is de realisatie van een zonnepark bij het Julianasluizencomplex in Gouda (onderdeel beleidsprestatie 2-1-5 Realisatie provinciale infrastructuurprojecten (PZI) ).
- We werken samen met andere partijen aan landelijke programma’s zoals Clean Energy Hubs (CEH) om de aanleg van infrastructuur voor duurzaam opgewekte en hernieuwbare energie (elektriciteit, waterstof en fossielvrij gas) te versnellen. Dit is vooral gericht op goederentransport. Daarnaast adviseren we externe partijen over bijvoorbeeld locatiekeuzes. Zie ook beleidsprestatie 2-1-3 Duurzaam en efficiënt goederenvervoer.
Slimmere mobiliteit & digitalisering
- Samen met het Rijk, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), Rijkswaterstaat, waterschappen en ruim 50 gemeenten nemen we deel aan het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata. Hierin staan allerlei mobiliteitsgegevens zoals maximumsnelheden, werkzaamheden of brugopeningen. Zo kunnen gebruikers van wegen en vaarwegen hun navigatiesysteem goed gebruiken.
- We verbeteren de app ‘Da's zo gefietst!’ om het gebruik van de fiets te stimuleren en informatie te verzamelen over fietsgedrag. Dit doen we samen met zeven andere provincies en het Rijk. Via de app kan een fietser eerder groen licht krijgen bij verkeerslichten. Hiermee verbeteren we de bereikbaarheid en veiligheid voor met name fietsers.
- We verkennen de effecten van nieuwe technische en digitale ontwikkelingen voor onze wegen en vaarwegen en onderzoeken de toekomstige rol van de provincie. We kijken bijvoorbeeld naar zelfrijdende voertuigen (weg en water) en op afstand bestuurde schepen.
- Binnen de openbaarvervoerconcessie Zuid-Holland Noord onderzoeken we of het openbaar vervoer voor een deel zelfstandig kan rijden, zowel op het stallingsterrein als op de weg. We werken hierbij samen met onze vervoerder en onderzoeken mogelijke proeftrajecten in onze regio. Zie beleidsprestatie 2-1-2 Adequaat en duurzaam aanbod openbaar vervoer.
- We delen actief kennis over slimme mobiliteitsoplossingen. Dat doen we bijvoorbeeld door mee te werken aan landelijke verkenningen, werkgroepen, proefprojecten en bijeenkomsten.
Stimuleren bewust mobiliteitsgedrag
De geplande en ongeplande hinder zal de komende 10 jaar fors toenemen door onder andere (onderhouds)werkzaamheden aan infrastructuur. Dit gaat effect hebben op meerdere provinciale doelstellingen, waaronder de bereikbaarheidsdoelstellingen. Daarom gaan we in 2027 verder met de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar (ZHB). Hierin werken we samen met het Rijk, ProRail, de MRDH, de gemeenten Rotterdam en Den Haag, het Havenbedrijf Rotterdam en gemeenten in en rond de Drechtsteden. Het doel van ZHB is om hinder zo veel als mogelijk te verminderen bij (onderhouds)werkzaamheden en reizigers bewust te laten nadenken over hoe ze reizen tijdens werkzaamheden en erna.
Via ZHB:
- Plannen we werkzaamheden in met andere wegbeheerders op regioniveau, zodat deze zo min mogelijk conflicteren met elkaar. Hierbij kan gedacht worden aan de werkzaamheden aan de N214 (zie beleidsprestatie 2-1-5 Realisatie provinciale infrastructuurprojecten (PZI)), de Van Brienenoordbrug (A16) en de vele tunnels en bruggen van het Rijk in de regio Drechtsteden. Zuid-Holland Bereikbaar werkt gebiedsgericht en neemt per regio maatregelen om de verkeershinder te beperken.
- Houden we reizigers en inwoners van Zuid-Holland op de hoogte van werkzaamheden in de provincie.
- Werken we samen met andere wegbeheerders aan verkeersmanagement. We begeleiden verkeersstromen zo goed en zo veilig mogelijk. Dit doen wij altijd, niet alleen bij verstoringen en werkzaamheden.
- Bieden we deelfietsen aan bij werkzaamheden zodat een reis per ov + deelfiets een goed alternatief vormt als bijvoorbeeld bruggen gestremd zijn (zoals bij de Papendrechtsebrug en Algerabrug).
- Gebruiken we werkzaamheden als een kans om reisgedrag te veranderen. We willen dat reizigers ook na de werkzaamheden op een andere, duurzamer manier reizen.
Vaker en verder fietsen door meer mensen
- In 2027 gaan we verder met het uitwerken van nieuw fietsbeleid met de bouwstenen die aan Provinciale Staten zijn voorgelegd. Aan de hand van de keuzes van Provinciale Staten zetten we deze bouwstenen om in concreet beleid.
- Samen met alle regio’s in Zuid-Holland werken we verder aan het netwerk van doorfietsroutes. Dit zijn aantrekkelijke en veilige fietsroutes die dorpen en steden met elkaar verbinden. We werken aan een volgsysteem voor doorfietsroutes. Dat betekent dat we gegevens verzamelen en analyseren die we benutten voor de aanleg en verbetering van doorfietsroutes en hoe fietsers deze routes gebruiken.
- We werken verder aan aanleg en verbetering van fietsinfrastructuur. In het Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur (PZI) staan de fietsprojecten in de verkenning- en uitvoeringsfase opgenomen. Zie ook beleidsprestaties 2-1-4 Voorbereiding provinciale infrastructuurprojecten en infrastructuursubsidies (PZI) en 2-1-5 Realisatie provinciale infrastructuurprojecten (PZI).
- In Zuid-Holland werken we samen met de netwerkorganisatie Tour de Force , met regio’s en met gemeenten om inwoners en werknemers vaker en verder te laten fietsen en delen we kennis en ervaring over sociale veiligheid.
- We delen kennis met gemeenten en stellen fietsgegevens beschikbaar. Op basis van die gegevens kunnen gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en regio’s hun voetgangers- en fietsbeleid ontwikkelen. Zo kunnen alle partijen lopen en fietsen stimuleren en veiliger maken.
- We toetsen plannen voor nieuwe woon- en werklocaties via de Mobiliteitstoets (zie Bereikbaarheid door nabijheid).
Veilig gedrag in het verkeer
- We gaan verder met de acties uit het Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid Zuid-Holland 2021-2030 (UPV 2021-2030) . Dit doen we samen met het Rijk, de MRDH, onze zes bestuurlijke regio’s, de gemeenten, waterschappen, politie, het Openbaar Ministerie, het Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid (ROV Zuid-Holland) en andere partners zoals de ANWB, de Fietsbond en Veilig Verkeer Nederland. In 2027 verkennen we of het Uitvoeringsprogramma bijgewerkt moet worden. Dat besluiten we op basis van een evaluatie van het Uitvoeringsprogramma.
- We ondersteunen het verkeersonderwijs en ontwikkelen programma’s voor gedragsbeïnvloeding. Dat doen we via het Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland , waarbij we samenwerken met de MRDH. We zetten landelijke voorlichtingscampagnes om voor regionaal gebruik en we delen kennis en ervaringen over gedragsbeïnvloeding in het verkeer. Ook in 2027 richten we ons op de verschillende doelgroepen. We hebben extra aandacht voor het gedrag van jongeren in het verkeer. We breiden dan de jongerencampagne ‘Voor je Bro’ uit. Die is in 2026 gestart. Daarnaast blijft ROV Zuid-Holland samenwerken met alle partners op verschillende acties en gedragsinterventies om deze jonge bestuurders te bereiken. Het programma voor basisscholen SCHOOL op SEEF wordt doorontwikkeld. Op de website komt een functie beschikbaar, die het boeken van verkeerseducatie makkelijker, duidelijker en transparanter voor de scholen, gemeenten en regio’s maakt.
- We nemen deel aan Regionale Projectgroepen Verkeersveiligheid (RPV’s). Hier delen we kennis, stimuleren we het gebruik van onze subsidieregeling en werken we samen met gemeentes en andere partners om de verkeersveiligheid te vergroten.
- We organiseren bijeenkomsten voor externe partijen over verkeersveiligheid. Zo stimuleren we kennisuitwisseling en innovatie. Een voorbeeld zijn de jaarlijkse ontwerperscafés die we organiseren samen met de CROW (kennisplatform voor de toekomstbestendige inrichting en het beheer van infrastructuur, openbare ruimte en mobiliteit in Nederland).. Samen kijken we met welke concrete maatregelen het verkeer veiliger wordt.
- Wij overleggen regelmatig met politie en Openbaar Ministerie over gerichte handhaving op snelheid, rijden onder invloed en afleiding in het verkeer.
- Wij zorgen dat andere overheden onze onderzoeken en gegevens kunnen gebruiken. Op basis daarvan kunnen ze gerichte maatregelen nemen om de verkeersveiligheid op bepaalde locaties te verbeteren en om verkeersveilig gedrag stimuleren.
- Wij werken in verschillende projecten aan veilige provinciale wegen. Met subsidies aan gemeenten dragen we ook bij aan veilige gemeentelijke wegen in heel Zuid-Holland. Deze projecten en subsidies zijn onderdeel van het Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur. Zie ook beleidsprestaties 2-1-4 Voorbereiding provinciale infrastructuurprojecten en infrastructuursubsidies (PZI) en 2-1-5 Realisatie provinciale infrastructuurprojecten (PZI).
- We onderzoeken per regio bij welke groepen verkeersdeelnemers de grootste veiligheidsrisico’s liggen. Op basis daarvan kunnen regio’s doelgericht verkeersrisico’s aanpakken.
- Wij hebben aandacht voor specifieke verkeersveiligheidsvraagstukken, zoals landbouwverkeer. Hiervoor voeren wij een verkenning uit en passen we waar nodig het beleid aan.
Bevorderen Lopen
- We werken aan verkeersveiligheid voor voetgangers, aan goede looproutes van en naar openbaar vervoer en stimuleren gemeenten om voetgangersbeleid op te stellen.
- We zijn partner in het Nationaal Masterplan Lopen . Daarbij richten we ons vooral op de acties voetgangersveiligheid, lopen van en naar OV en voetgangersnetwerken.
- Samen met het fietsbeleid werken we aan het aantrekkelijker maken van de keuze voor actieve mobiliteit en het verzamelen en beschikbaar maken van data.
- We organiseren een conferentie over actieve mobiliteit in het najaar 2027.
Beleidsprestatie 2-1-2 Naar onweerstaanbaar openbaar vervoer
Wat willen we bereiken?
Zuid-Holland streeft naar een toekomstbestendig Zuid-Holland met goed openbaar vervoer, dat onweerstaanbaar is. De provincie zorgt, samen met de MRDH, voor een goed en passend aanbod van openbaar vervoer zonder uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO 2 en stikstof. De provincie wil dat dit snel, frequent, betrouwbaar, beschikbaar en betaalbaar is. Passend openbaar vervoer maakt, samen met lopen, de fiets en deelvervoer een reis van deur tot deur mogelijk.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Deelmobiliteit & publiek vervoer
- We stimuleren het gebruik van deelfietsen, met name het gebruik vanaf openbaar vervoerhaltes. Hiermee maken we bestemmingen, die 1 tot 3 kilometer van de halte liggen, beter bereikbaar. We maken afspraken met de vervoerders, verlenen subsidies voor aanschaf en plaatsing en stimuleren het gebruik via Zuid-Holland Bereikbaar. We hebben extra aandacht voor de inzet van deelfietsen tijdens werkzaamheden. Zo zetten we bijvoorbeeld 500 deelfietsen van Donkey Republic in tijdens de werkzaamheden aan de Papendrechtsebrug.
- We vragen aandacht bij het Rijk voor publiek vervoer en deelmobiliteit. We dringen erop aan dat het delen van vervoersmiddelen en vraagafhankelijk vervoer (vervoer op maat) juridisch en beleidsmatig onderdeel kan worden van toekomstige concessies (motie 1740).
- We gaan door met proefprojecten waarbij we openbaar vervoer combineren met doelgroepenvervoer zoals de Bestelbuzz en de deur-halte taxi. Dit doen we bijvoorbeeld in de Drechtsteden via Mobiliteitsplatform Stroomlijn. Hiermee maken we het openbaar vervoer breed toegankelijk. Na afronding van de projecten evalueren we deze.
- In 2027 maken we nieuw beleid voor publieke mobiliteit op basis van de OV-visie. Hierbij ligt de focus op onder andere het verbeteren van de reisapplicaties, oplossingen bedenken met behulp van kunstmatige intelligentie en gesprekken met werkgevers om het gebruik van openbaar vervoer te stimuleren en te faciliteren. We kijken ook hoe doelgroepenvervoer optimaal kan aansluiten op het hoogwaardig openbaar vervoer. Met name in het landelijke gebied. De doelstelling is dat er voor iedere reiziger een reisoptie is die bij zijn of haar behoeften aansluit.
Goed en schoon regionaal openbaar vervoer
- In 2027 leggen we een investeringsvoorstel voor aan Provinciale Staten als uitwerking op de OV-visie. Hierin is sociale veiligheid een urgent en actueel thema.
- In de concessie Drechtsteden, Molenlanden en Gorinchem zetten we extra buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) in om de sociale veiligheid in de bussen te verbeteren;
- In drie openbaar vervoer concessies gaan meer bussen rijden. In de concessies Zuid-Holland Noord en Hoeksche Waard/Goeree-Overflakkee is met de vervoerders een groei afgesproken. In de concessie Drechtsteden, Molenlanden en Gorinchem kopen we extra in via de Bikkergelden. Dit zijn middelen die we van het Rijk hebben gekregen voor de verbetering van het openbaar vervoer.
- De eerste treinen voor de Merwedelingelijn worden in 2027 geleverd en getest. Deze treinen zijn beter toegankelijk, hebben toiletten aan boord, meer deuren voor in- en uitstappen en hebben meer plek voor reizigers en fietsen. We willen dat zo snel mogelijk de volledige dienstregeling met de nieuwe treinen gereden kan worden. Samen met ProRail verlengen we hiernaast de perrons, bouwen een nieuw opstelterrein en breiden de energievoorziening uit.
- We verbeteren in 2027 waar mogelijk de proef met het kortingsproduct OV voor mensen met een minimuminkomen. Dit doen we op basis van ervaringen uit het startjaar 2026. Hierbij betrekken we deelnemende gemeenten en gebruikers. Ook wordt de nieuwe ov-pas de drager van het reisproduct in plaats van de OV-chipkaart. Hierover maken we nieuwe afspraken met vervoerbedrijven.
- We leggen in 2027 een nieuwe toekomstverkenning voor de Waterbus aan Provinciale Staten voor. De Waterbus maakt verplaatsingen mogelijk die over land alleen met omreizen mogelijk zijn door het ontbreken van oeververbindingen. Tegelijkertijd is openbaar vervoer over water relatief duur en is er forse concurrentie van andere vervoersmogelijkheden. Dit vraagt om een herbezinning van de rol van het personenvervoer over water binnen het openbaar vervoer netwerk. De toekomstverkenning moet duidelijk maken hoe het personenvervoer over water, na afloop van de huidige overeenkomst, eruit gaat zien.
- Voor de veerdienst Maassluis-Rozenburg contracteren we in 2027 een nieuwe exploitant via een Europese aanbesteding. In de aanbesteding wordt van de nieuwe contractant gevraagd dat hij een nieuw, klein, elektrisch autoveer laat bouwen voor de veerdienst.
Snel internationaal openbaar vervoer en optimaal hoofdrailnet van het Rijk
- We sluiten aan bij bestaande lobbytrajecten en initiatieven voor goede, snelle en betaalbare internationale treinverbindingen met andere Europese steden. De doelstelling is dat de trein de eerste keuze wordt bij reizen tot 750 km.
- We werken samen met gemeenten, de MRDH, de verschillende regio’s en het Rijk aan een goed functionerend hoofdrailnet dat betrouwbaar is en plek heeft voor hoogfrequente sprinters en intercity’s en meer stations. Dit is cruciaal voor de bereikbaarheid van Zuid-Holland, onder andere omdat een groot deel van de geplande woningbouw plaatsvindt vlakbij stations. De infrastructuurprojecten zijn onderdeel van beleidsprestatie 2-1-4 Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen.
Beleidsprestatie 2-1-3 Duurzaam en efficiënt goederenvervoer
Wat willen we bereiken?
Het vervoer van goederen moet zo doelmatig, goed en schoon mogelijk plaatsvinden. En tegelijkertijd bijdragen aan de bereikbaarheid, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Zodat Zuid-Holland zo goed mogelijk klaar is voor de toekomst. Dit betekent dat de provincie werkt aan een beweging naar een toekomstbestendige economie, met een betere kwaliteit voor de leefomgeving en de gezondheid. Ze geeft voorrang aan een duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde. Daarom moeten de schaarse ruimte en infrastructuur effectiever gebruikt worden.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
- We werken samen met andere partijen aan efficiënte en effectieve binnenvaart en goederenvervoer. Waar mogelijk stimuleren we vervoer zonder emissies. Dit verbeteren van vervoer doen we op provinciaal, nationaal en internationaal niveau op de goederencorridors in het programma Topcorridors van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de provincies Limburg, Noord-Brabant, Zeeland, Gelderland, Noord-Holland en de havenbedrijven van Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk en North Sea Port.
- Als Zuid-Holland vertegenwoordigen we het Interprovinciaal Overleg (IPO) op de Binnenvaarttafel, waar ook de brancheverenigingen uit de binnenvaart vertegenwoordigd zijn. We richten ons op het toekomstbestendig houden van vaarwegen en de energietransitie.
- We nemen deel aan de IPO-werkgroep Goederenvervoer en Logistiek en zijn ambtelijk en bestuurlijk portefeuillehouder van dit onderwerp binnen de adviescommissie Bereikbaarheid en Infrastructuur binnen het IPO.
- Vis het programma MoVe (Mobiliteit en Verstedelijking) stimuleren we samen met het Rijk, de MRDH en gemeenten efficiëntere distributie van afval- en bouwlogistiek binnen stedelijk gebied.
- We blijven ons inzetten om de goede samenwerking met Vlaanderen, Nordrein Westfalen en Brussel te behouden.
- We werken gezamenlijk met andere aan het emissieloos maken van de binnenvaart in Nederland in het platform CONDOR.
- Het Rijk heeft in 2026 vrachtwagenheffing ingevoerd op voornamelijk Rijkswegen. Samen met het Rijk, de MRDH en gemeenten houden we bij of hierdoor meer vrachtwagens gebruik gaan maken van gemeentelijke en provinciale wegen. Met het Rijk is namelijk afgesproken dat zij de kosten betalen als (tijdelijke) maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat vrachtwagens uitwijken naar provinciale wegen.
Inzet op digitalisering
We werken aan het efficiënter organiseren van vervoersstromen door middel van digitalisering. Dankzij digitalisering kan effectiever gebruik worden gemaakt van voorzieningen zoals truckparkeerplaatsen, snellaadpunten voor trucks en andere faciliteiten. Ook werken we mee aan projecten die zichtbaar maken hoe vervoerstromen gaan. De provincie is onder andere betrokken bij de volgende initiatieven:
- Het project Connected Transport Corridors richt zich op digitale maatregelen voor de transportsector om het vrachtverkeer met voorrang te laten passeren op kruispunten door middel van digitale verkeerregelinstallaties. Dit doen we samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, andere wegbeheerders, vervoerder en verladers.
- Lancering van een applicatie via PortlinQ waarmee het delen van data, het krijgen van inzicht in de beschikbaarheid van ligplaatsen en het betalen van havengelden en de kosten voor walstroom mogelijk wordt.
- Samenwerking op het gebied van Smart Shipping. Hiermee vergroten we onze kennis van nieuwe digitale ontwikkelingen in de binnenvaart en de mogelijke gevolgen daarvan voor de Zuid-Hollandse vaarwegen.
- Indigo + waarbij we samenwerken met andere provincies en met spoorbeheerder ProRail om goederenwagons sneller te laten vertrekken door het digitaliseren van de startprocedures.
- het verzamelen van data over versproducten om het aanbod van lading en de beschikbaarheid van transportmiddelen beter op elkaar af te kunnen stemmen.
Modal shift, regionale hubs en zero emissie
- We werken samen met internationale overheden en marktpartijen aan het project Fresh on Track . Dit is een spoorverbinding tussen Rotterdam en Valencia. Door versproducten via het spoor te vervoeren wordt het minder druk op de wegen. Door middel van monitoring verzamelen we data over het aantal ritten en de vervoerde hoeveelheden.
- We onderzoeken op verzoek van Provinciale Staten of er een overslaglocatie kan komen in Hoek van Holland (kade Stena Line) zodat lading van de weg naar het water gaat (modal shift). We kijken ook of op de langere termijn het spoor van de Hoekse Lijn gebruikt kan worden om ‘s nachts goederen te vervoeren (Amendement 916).
- We werken met gemeente Leiden aan een pilot om afvalstromen van Leiden naar Rozenburg over water te laten verlopen. We maken hier afspraken met de verwerken en transporteur van het huishoudelijk afval.
- We onderzoeken de mogelijkheden voor overslag van goederen aan de Schie. Hier kijken we niet alleen naar de kansen voor transport over water, maar in combinatie met ontwikkeling en behoud van bedrijventerreinen en de ontwikkeling van woningbouw.
- We maken gebruik van een logistiek makelaar om bedrijven te stimuleren en te begeleiden om (afval)transport te verplaatsen van de weg naar spoor en water binnen de regio Rotterdam. Dit doen we met steun van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
- Via de organisatie RH2INE blijven wij ons inzetten voor de opschaling van het gebruik van waterstof als duurzame energiedrager in de binnenvaart.
- Wij doen mee met het project CAT4Hub2Hub, een samenwerkingsverband onder leiding van TNO dat zich richt op het stimuleren en ontwerpen van autonoom (zelfrijdend) vervoer binnen de logistieke sector.
- We ondersteunen de elektrificatie van de binnenvaart. In 2027 wordt mede dankzij onze financiële steun een locatie op de tweede Maasvlakte geopend waar binnenvaartschepen accupakketten kunnen ontvangen.
- In 2027 stimuleren we de toevoeging van een elektromotor aan bestaande schepen en de benodigde laadinfrastructuur om accu’s op te laden. Dat doen we met subsidies aan eigenaren van de kleinere zand- en grindschepen.
- Via de stichting Metropolitan Hub Systems (MHS) ondersteunen we het laten varen van elektrische duwbak/duwboot-combinaties in stedelijk gebied en de Rotterdamse haven. We onderzoeken hier ook of het koppelen van goederenstromen aan het beschikbare transport geoptimaliseerd kan worden door digitalisering. Dat doen we door middel van een begrotingssubsidie aan MHS.
Versterken en veilig houden van goederencorridors
- Met Havenbedrijf Rotterdam werken we aan het Realisatiepact Rotterdam en omstreken , waarbij we inzetten op digitalisering, hub-vorming (bundeling van activiteiten ten behoeve van het bedrijfsleven) en verschuiving van lading naar buis, spoor en water (modal shift) binnen de Rotterdamse regio en het Westland. Zie ook beleidsprestatie 2-1-4 Voorbereiding provinciale infrastructuurprojecten en infrastructuursubsidies (PZI).
- Met de Zuid-Hollandse binnenhavens werken we aan een structurele samenwerking gericht op kennisdeling, gezamenlijke belangenbehartiging en het versterken van de positie van binnenhavens. Daarbij zetten we ons in voor het behoud van kades en ruimte voor watergebonden bedrijvigheid.
- We werken mee aan het onderzoek van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat naar de kansen om een noordelijke verbinding, de Goederenroutering Noordoost-Europa (GNOE) genoemd, te ontwikkelen. Deze verbinding moet aansluiten op de Europese verbinding naar Berlijn en wordt onderdeel van het Trans Europese Transport Netwerk (TEN-T).
- We stimuleren het gebruik van Europese transportroutes, onder andere via de European Grouping of Territoral Coöperation (EGTC ) .
- We werken ook samen met het Rijk en andere provincies aan de invulling van onze taak als Host Nation Support (HNS) bij militaire conflicten en richten ons samen met het Rijk op de weerbaarheid van onze netwerken en knooppunten.
- We werken, mede op verzoek van Provinciale Staten, aan de aanleg van veilige parkeerplaatsen voor vrachtwagens en de benodigde faciliteiten voor chauffeurs (Moties 1428 en 1686). Samen met het Rijk zetten we regeling op voor de verdeling van middelen uit het Mobiliteitsfonds voor truckparkings.
- We werken aan een netwerk van Clean Energy Hubs, borgen dit beleidsmatig en kijken wat er ruimtelijk mogelijk is. Hiermee zetten we in op een mix van energiedragers voor het goederenvervoer om uitstoot te verminderen. We hebben een provinciale subsidieregeling met de inzet van rijks- en provinciale middelen. Waar mogelijk combineren we de hubs met truckparkings. Bij de inrichting van de Clean Energy Hubs houden we rekening met de gevolgen van klimaatverandering.
- We laten de effecten van klimaatverandering voor modal shift (verschuiving transport van weg naar buis, spoor, water) en het goederenvervoer in het algemeen in kaart brengen, zodat we gerichte maatregelen kunnen nemen. We doen dit voor Zuid-Holland, maar ook in samenwerking met onze partners binnen het Topcorridorprogramma en de Binnenvaarttafel.
- We richten ons op de stremmingen van provinciale en nationale vaarwegen in afstemmingen met Rijkswaterstaat (RWS) en de provinciale waterwegbeheerders om de overlast van onderhoud voor gebruikers en eigen pilotprojecten over water te helpen minimaliseren.
Beleidsprestatie 2-1-4 Voorbereiding provinciale infrastructuurprojecten en -subsidies (PZI)
Wat willen we bereiken?
Om ervoor te zorgen dat de provincie Zuid-Holland voor iedereen bereikbaar is en blijft, op een duurzame en veilige manier legt de provincie ook nieuwe provinciale infrastructuur aan en verbetert bestaande provinciale infrastructuur. Door eerst onderzoek te doen naar oorzaken en mogelijke maatregelen wordt vooraf bepaald of een dergelijke ingreep passend en nodig is. Hierbij wordt breed gekeken of lopen, fietsen, ov en deelvervoer ook een bijdrage aan de oplossing kunnen leveren. Ook wordt nadrukkelijk gekeken of bestaande infrastructuur beter kan worden gebruikt. De ruimte is nu eenmaal beperkt, en dat geldt ook voor de financiële mogelijkheden. Daarnaast draagt de provincie bij aan projecten van andere overheden door te adviseren en/of een financiële bijdrage te leveren. Verkeersveiligheid, duurzaamheid, en gezondheid) zijn standaard onderdelen in de voorbereiding van projecten.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
- We bereiden verschillende provinciale projecten voor om infrastructuur aan te leggen en te verbeteren. Met deze projecten verbeteren we de bereikbaarheid en verkeersveiligheid en maken we ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Het gaat niet om beheer en onderhoud of om vervanging van bestaande infrastructuur (zie daarvoor beleidsprestatie 2-2-1 Beheer en onderhoud: op orde en duurzaam).
- We dragen inhoudelijk en financieel bij aan projecten van andere overheden als deze onze infrastructuur of doelstellingen raken. In de voorbereiding van projecten letten we goed op de verkeersveiligheid. Hier toetsen we ook op bij subsidieaanvragen.
- In het Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur (PZI) staat meer informatie over infrastructurele projecten voor aanleg en verbetering waar we als provincie aan meebetalen. Hieronder staat een korte samenvatting van projecten die we voorbereiden. Voor een compleet overzicht van bijdragen en projecten in de initiatief- en verkenningsfase verwijzen we naar het PZI 2027-2041 (bijlage bij de begroting 2027).
- Het Rijk heeft de A4 Haaglanden-N14, de A4 Burgerveen-N14 en de A15 Papendrecht Gorinchem gepauzeerd. Daarnaast voert het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) een herprioritering voor het Mobiliteitsfonds (onderdeel van de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) en voor beheer- en onderhoudsprojecten aan Rijksinfrastructuur uit. Op alle projecten die nog niet in uitvoering zijn kan worden bezuinigd. Het ministerie heeft hierbij aangegeven dat de WoMo en WOKT-projecten zullen doorgaan (Programma Woningbouw en Mobiliteit en Woningbouw op korte termijn). Dit kunnen rijkswegprojecten, spoorprojecten en projecten op het onderliggend wegennet met rijkssubsidies zijn. Voor projecten in Zuid-Holland waar (een deel van) de financiering afkomstig is van het ministerie van I&W, is daardoor niet meer gegarandeerd dat eerder toegezegde gelden beschikbaar blijven. Bij het opstellen van deze begroting 2027 was er nog geen besluit genomen. Wij gaan met het ministerie in gesprek wanneer de herprioritering ten koste gaat van de bereikbaarheid in Zuid-Holland.
Bijdragen aan (infrastructuur)projecten van anderen
- In 2027 evalueren we de Subsidieregeling Mobiliteit Zuid-Holland. De subsidieregeling gebruiken we voor het ondersteunen en stimuleren van bereikbaarheidsprojecten die bijdragen aan de provinciale doelstellingen. Op basis van de evaluatie onderzoeken we welke wijzigingen mogelijk en wenselijk zijn.
- We dragen bij aan de planuitwerking voor verbeteringen aan de Algerabrug tussen Krimpen aan de IJssel en Capelle aan de IJssel. We nemen een uitvoeringsbesluit over de uit te voeren maatregelen en de provinciale bijdrage en spreken met de gemeente af wanneer zij subsidie aanvragen voor de afgesproken maatregelen.
- We stimuleren dat mensen de fiets pakken door financieel bij te dragen aan projecten van andere wegbeheerders. Ook kijken we naar mogelijke maatregelen voor onze eigen provinciale fietspaden. Het overgrote deel van de fietsinfrastructuur wordt niet beheerd door de provincie maar door andere wegbeheerders. Als dat nodig is, ondersteunen we de subsidieontvangers bij de uitvoering van hun project. De basis hiervoor is de Uitvoeringsagenda ‘Samen verder fietsen' . In het PZI 2027-2041 staan de projecten die wij onderzoeken en waarvoor we subsidie gaan verlenen in 2027 (bijv. Fietsroute Hellevoetsluis – Spijkenisse) en eerder hebben verleend met daarbij het jaar van oplevering.
- We maken nadere afspraken over subsidies voor fietsmaatregelen die afgesproken zijn in de startnotitie Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek en Haarlemmermeer.
- We geven subsidies aan gemeenten en waterschappen voor het verbeteren van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Per regio stellen we elk jaar een bedrag beschikbaar. De regio’s dienen hiervoor plannen in. Wij toetsen wat het effect is van die plannen op verkeersveiligheid, op openbaar vervoer, op de bereikbaarheid per fiets en de auto én op ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw.
- We gaan in 2027 door met de verkenning Realisatiepact Rotterdam. We kijken naar de ruimtelijke aanpassingen die nodig zijn voor het verbeteren van treinverbindingen voor goederenvervoer en voor vernieuwende los- en laadsystemen. Ook werken we samen met partijen zoals het Havenbedrijf aan de aanleg van containerpleinen (depots), reefer hubs (verzamelpunten voor gekoelde containers) en laadinfrastructuur. Tegelijk met het werk aan de verkenning nemen we in 2027 uitvoeringsbesluiten over bijdragen (subsidies) aan concrete maatregelen.
- We leveren inhoudelijke kennis aan Rijksinfrastructuurprojecten zoals:
- We kijken naar de effecten van deze projecten op bijvoorbeeld het provinciale wegennet, het milieu, de leefomgeving en de ruimtelijke ontwikkelingen.
Voorbereiding aanleg en verbetering van provinciale infrastructuur
- Binnen het programma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) kijken we samen met andere partijen naar de nut en noodzaak van eerder bedachte maatregelen om de bereikbaarheid te verbeteren voor Voorne Putten / Haven Rotterdam. In 2027 werken we ook mee aan de MIRT-verkenning Oude Lijn . Deze MIRT-verkenning bestaat uit de verkenningen naar de Spoorzone Leiden Centraal en Dordrecht en Bus Rapid Transit Leiden – Zoetermeer. Het streven is om eind 2027 uitvoeringsbesluiten te kunnen nemen voor een aantal infrastructurele maatregelen.
- We bepalen samen met de regionale overheden of de volgende fase voor de Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek kan starten en zo ja welke maatregelen we verder gaan uitwerken. Zie ook de maatregel ‘Bijdragen aan (infrastructuur)projecten van anderen’.
- In 2027 ronden we de verkenningsfase voor het project Bereikbaarheid Vijfde Dorp (Zuidplas) af. We willen een uitvoeringsbesluit nemen voor de eerste maatregelen aan provinciale wegen.
- We werken aan de verkenning Nieuwe Tolbrug en streven er naar deze in 2027 af te ronden en hiervoor een uitvoeringsbesluit te nemen.
- We werken het Actieplan Geluid verder uit. We bepalen of en waar geluidsschermen langs provinciale wegen de geluidsoverlast kunnen verminderen. We kijken naar nut en of de schermen technisch en financieel haalbaar zijn.
- We werken samen met de gemeente Alphen aan den Rijn uitvoering de Uitwerkingsovereenkomst Mobiliteit uit. We starten provinciale voorbereidende werkzaamheden voor de aanpassingen van twee kruispunten op de N207 (Eisenhouwerlaan en Kruisweg) en stemmen met de gemeente af over de voorbereiding van gemeentelijke werkzaamheden (waaronder het nieuwe aquaduct onder de Heimanswetering en de nieuwe fietsbrug over de Oude Rijn).
- We starten met de verkenningen naar de aansluiting N215-N498 en het OV-viaduct A29/N219 en gaan door met de verkenningsfase voor het project Regie op busstallingen.
- We streven ernaar om in 2027 een voorbereidingsbesluit aan PS voor te leggen over de mobiliteitsmaatregelen gebiedsontwikkeling Zijlhoek-de Woerd en Valkenhorst.
- Voor het project Rotonde N209 Heerewegh Benthuizen is gebleken dat nog aanvullend onderzoek en uitwerking nodig is voordat dit project kan worden gerealiseerd. Het uitvoeringsbesluit is te vroeg aan Provinciale Staten voorgelegd. We streven om eind 2027 een nieuw uitvoeringsbesluit te nemen.
- Met de gemeente Lansingerland maken we afspraken over de bouw van het Geluidsscherm langs de N209 bij Bleiswijk en het verkeersveiliger maken van dit stuk provinciale weg.
Beleidsprestatie 2-1-5 Realisatie provinciale infrastructuurprojecten (PZI)
Wat willen we bereiken?
Om de bereikbaarheid op peil te houden verbetert de provincie bestaande wegen en bruggen en legt nieuwe wegen en bruggen aan. Deze projecten worden uitgevoerd op basis van een besluit waarin de inhoudelijke grootte van het project, planning en afspraken over de financiën zijn vastgelegd.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
- We voeren verschillende provinciale projecten uit waarbij nieuwe infrastructuur wordt aangelegd of bestaande infrastructuur wordt verbeterd. De basis voor deze projecten ligt in beleidsprestatie 2-1-4 Voorbereiding provinciale infrastructuurprojecten en infrastructuursubsidies (PZI).
- Bij de aanleg en verbetering van infrastructuur letten we altijd op de verkeersveiligheid. Daarom heeft de provincie maar een beperkt aantal projecten waarbij alleen de verkeersveiligheid wordt verbeterd. Bij verbeteringen aan bestaande infrastructuur en bij de aanleg van nieuwe infrastructuur gebruiken we de landelijke richtlijnen voor een veilige weginrichting.
- We verwachten dat de reservering waarmee we projecten compenseren voor prijsontwikkeling in 2027 op raakt. Daarna moeten we jaarlijks een beroep doen op de stelpost voor prijsontwikkeling in de begroting. Hiervoor ontwikkelen we een werkwijze waarmee we projecten tijdig kunnen compenseren bij een tekort als gevolg van prijsontwikkeling.
- In het Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur (PZI) staat meer informatie over infrastructurele projecten voor aanleg en verbetering die in uitvoering zijn. Hieronder staat een korte samenvatting van projecten die we uitvoeren. Voor een compleet overzicht van projecten in de uitvoeringsfase verwijzen we naar het PZI 2027-2041 (bijlage bij de Begroting 2027).
Realisatie aanleg en verbetering van provinciale infrastructuur
- We verbeteren de bestaande fietsinfrastructuur en stimuleren zo dat mensen de fiets gebruiken. De Uitvoeringsagenda ‘Samen verder fietsen’ is de basis voor de verbeteringen. We voeren projecten uit aan de eigen provinciale fietsinfrastructuur, zoals de doorfietsroute Rotterdam-Zoetermeer, de Velostrada fase 2 en de fietstunnel in Lisse.
- We ronden het tweede deel van het Halteverbeterplan 2022-2030 af. Dit zijn de meer complexere maatregelen, inclusief de Parkeer- en Reisvoorziening op de Algeracorridor Algerabrug tussen Krimpen aan de IJssel en Capelle aan de IJssel.
- We starten een vijfjarig programma voor kleine maatregelen bij openbaar vervoer haltes met financiering vanuit de Bikkergelden. Het gaat bijvoorbeeld om toegankelijkheid (bankjes, fietsenstallingen, bebording), actuele reisinformatie (dynamische reisinformatiepanelen) en sociale veiligheid (verlichting)
- We gaan door met de realisatie van een aantal Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) verbindingen, zoals:
- HOV Hoeksche Waard Goeree Overflakkee (waaronder Rotterdam – Oud-Beijerland)
- HOV Drechtsteden Molenlanden Gorinchem fase 2 en 3
- HOV Noordwijk – Schiphol
- We starten of gaan verder met de uitvoering van onder andere de:
Beleidsprestatie 2-1-6 Duurzame, stille en nieuwe luchtvaart
Wat willen we bereiken?
De zogenaamde kleine- en recreatieve luchtvaart kan (geluid)overlast geven of tot verstoring van natuur leiden. De provincie gaat over de locaties waar luchtvaart mag starten en landen, met uitzondering van Rotterdam The Hague Airport, en de provincie kan daarvoor regels opstellen. De provincie gaat niet over waar en hoe er gevlogen wordt; dit valt onder de bevoegdheid van het Rijk.
De provincie wil hiernaast dat de overlast van Schiphol en Rotterdam The Hague Airport (RTHA) zoveel mogelijk beperkt wordt. Dit gaat om geluidhinder, uitstoot van (ultra)fijnstof, stikstof en CO 2 . Tegelijkertijd wil de provincie dat Schiphol zijn positie als belangrijke internationale luchthaven kan behouden en zijn netwerk van internationale verbindingen kan versterken. Voor RTHA wil de provincie dat de luchthaven zijn positie als zakelijke luchthaven kan behouden.
De provincie oefent invloed uit op de besluitvorming door de minister van Infrastructuur en Water- staat (I&W) en de Tweede Kamer over de toekomstige ontwikkeling van beide luchthavens. Voor Schiphol gaat dit via de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS; een samenwerkingsverband van vier provincies en een veertigtal gemeenten rondom Schiphol) en bij RTHA via de Bestuurlijke Regiegroep RTHA (BRR; een samenwerkingsverband van de provincie en drie gemeenten).
De provincie wil dat binnen de geluidcontouren rondom Schiphol en RTHA terughoudend wordt omgegaan met nieuwe woningbouw om nieuwe geluidgehinderden zoveel mogelijk te voorkomen. Echter binnen de regels wil de provincie dat kleinschalige woningbouw mogelijk moet kunnen zijn indien dit de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid ten goede komt. Daartoe heeft de provincie regels gesteld in de Omgevingsverordening.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
- We voeren onze wettelijke taak uit voor de luchtvaart. Dit is het vaststellen van luchthavenregelingen of -besluiten en het verlenen van ontheffingen voor Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (TUG).
- We blijven ons inzetten voor minder hinder door luchtvaart voor de inwoners van Zuid-Holland. Bij zienswijzetrajecten of andere vormen van inspraak of beïnvloeding zetten we in op vermindering van hinder, met name in de nacht. Daarbij hoort een effectieve rechtsbescherming voor onze inwoners, en bescherming van gezondheid via onder andere grenswaarden voor geluid. Specifiek voor de ervaren hinder rondom de luchthaven Schiphol zetten we in op een eerlijke verdeling van hinder.
- We evalueren ons beleid op luchtvaart met betrekking tot kleine en recreatieve luchtvaart. Daar worden nieuwe technieken zoals het gebruik van drones aan toegevoegd.
- We ontwikkelen nieuw beleid voor het inpassen en vergunnen van zogenaamde vertiports. Dat zijn kleine luchthavens waar drones kunnen opstijgen en landen. Bij de ontwikkeling van dit nieuwe beleid kijken we naar brede maatschappelijke effecten: bereikbaarheid, geluidsoverlast, economie, veiligheid, duurzaamheid, maatschappelijke toepassingen, ruimtelijke gevolgen, privacy en draagvlak. We onderzoeken de mogelijkheden tot het stimuleren van innovatie door middel van subsidies.
- Samen met het Rijk werken we aan de ontwikkeling van een toekomstig testgebied voor drones boven de Noordzee. De provincie is de initiatiefnemer. In 2027 verwachten we klaar te zijn met dit traject. Dit moet het mogelijk maken om vanaf Unmanned Valley vaker met drones te testen boven de Noordzee. Unmanned Valley is een gebied op het voormalige vliegkamp Valkenburg waar nu bedrijven zijn die zich met droneontwikkeling bezighouden.
- De inzet van GS is een netwerk van voldoende meetpunten en burgermeetpunten in de provincie Zuid-Holland. De intentie is om door te gaan met het burgermeetnet voor Rotterdam The Hague Airport RTHA. De vorm waarop hangt af van de evaluatie van de huidige opzet. Daarnaast gaan we op initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en in samenwerking met hen en de provincie Noord-Holland een burgermeetnet Schiphol opzetten.
