Het beleidsdoel Energietransitie is vastgesteld in het omgevingsbeleid. De uitwerking van dit beleidsdoel vind je via deze link .
Beleidsprestatie 3-1-1 Duurzame opwek elektriciteit
Wat willen we bereiken?
Om het gezamenlijke doel van uit de Regionale Energie Strategie (RES) te behalen (het opwekken van 6,3-6,8 TWh aan duurzame elektriciteit) wil de provincie meer ruimte bieden aan zonne- en windenergie. Hiermee draagt de provincie bij aan de doelen in de Klimaatwet en de afspraken uit het Klimaatakkoord. Het behalen van het RES-doel draagt ook bij aan haar eigen beleidsdoel om het gebruik van fossiele energiebronnen af te bouwen en toegroeien naar een klimaatneutrale energievoorziening.
De provincie biedt ruimte voor de toenemende behoefte aan elektriciteit in Zuid-Holland op een schone, onafhankelijke manier. De ruimte in Zuid-Holland is beperkt, daarom wil de provincie zorgvuldig omgaan met de schaarse ruimte en een goede afweging maken tussen verschillende provinciale waarden. Ook wanneer de vraag naar ruimte voor hernieuwbare elektriciteit na 2030 groeit, zoals het Rijk verwacht in het Nationaal Plan Energiesysteem.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
Bij het opwekken van duurzame elektriciteit is het belangrijk dat projecten goed in de omgeving passen. Daarom betrekt de provincie inwoners hierbij. De provincie werkt vanuit het uitgangspunt dat het bij participatie om doelen, dialoog, diversiteit en doorwerking gaat (de 4 D’s). De kennis die we bij onze participatieprocessen opdoen, delen we vervolgens.
Realiseren van windenergie
- We werken samen met gemeenten, lokale energiecoöperaties, ontwikkelaars en andere belanghebbenden om windenergie mogelijk te maken. De provincie past haar Omgevingsbeleid aan zodat er ruimte gecreëerd wordt voor windenergie.
- Soms slagen gemeenten er niet in om voldoende duurzame elektriciteit op te wekken op hun grondgebied. Dan gaat de provincie in gesprek met die gemeenten en de RES-regio's (Regionale Energie Strategie). Ze kijken dan hoe de doelen wel haalbaar worden en hoe de provincie daarbij kan helpen.
- Voor de RES-regio Rotterdam-Den Haag onderzoekt de provincie wat de mogelijkheden voor windenergie in deze regio zijn (PlanMER).
- Voor de RES-regio's Holland Rijnland, Midden-Holland en Drechtsteden onderzoekt de provincie de mogelijkheden voor windenergie nog verder. Eerder kwamen er uit een Omgevingseffectrapport twaalf mogelijke zoekgebieden voor windenergie naar voren. In de startnotitie Modulaire Herziening Energietransitie Windenergie wordt vervolgonderzoek aangekondigd. Dit onderzoek gaat vooral over lokaal eigendom en draagvlak.
- Zoals afgesproken in het coalitieakkoord gaat de provincie in Lansingerland een windlocatie van 15 MW realiseren (een projectbesluit nemen). Gedeputeerde Staten heeft op 23 juni 2026 besloten dat Kruisweg-Oost de voorkeurslocatie is.
Realiseren van zonne-energie
- Met het Actieplan Zon op Zuid-Holland stimuleren we zonnepanelen op daken en op objecten.
- De subsidieregeling Zonnig Zuid-Holland loopt door. Het gaat hierbij om zonnepanelen op grote daken, waterbassins of parkeerterreinen. De provincie stelt een grote-daken-aanpak op en lobbyt bij het Rijk voor regels die hierbij helpen.
- We hebben in Zuid-Holland liever zonnepanelen op bijvoorbeeld parkeergarages dan op landbouwgrond. Onze ‘provinciale zonneladder’ is de leidraad om te bepalen waar we het best zonne-energie kunnen realiseren.
- De provincie wil de leiding nemen (bevoegd gezag) in een project om zonnepanelen langs de A15 en A4/N11 te plaatsen. In dit project (Opwek Energie op Rijksvastgoed) werkt de provincie samen met betrokken gemeenten en het Rijk. Mogelijk worden er op diezelfde manier ook zonnepanelen langs de A12 geplaatst.
Ruimte en landschap in de energietransitie/RES
Voor de energietransitie (zonnepanelen en windmolens) is ruimte nodig. Het is belangrijk dat we zorgvuldig omgaan met de ruimte in Zuid-Holland. Daarom houdt de provincie bij het inpassen van energieprojecten rekening met het landschap, met biodiversiteit, met lokaal eigendom en met andere maatschappelijke vraagstukken.
Om inwoners, landschappelijke organisaties en lokale initiatieven te ondersteunen leiden we een groep vrijwilligers op tot energieboswachter
Samenwerken aan regionale energiestrategieën
- De provincie werkt samen met haar RES-partners (gemeenten, waterschappen) aan duurzame opwek van energie in de buurt.
- De 7 RES-regio’s in Zuid-Holland hebben doelen gesteld voor duurzame opwek tot 2030. De provincie helpt om deze doelen te bereiken, bijvoorbeeld met kennis, geld, of met het participatieproces. Zo werken we aan een langdurige regionale samenwerking.
- De provincie houdt bij of de 7 RES-regio’s op koers liggen om hun energiedoelen (RES-bod) te halen. Dat doet zij met voortgangsdocumenten. Daarin staat alles rondom voortgang en vergunningen. Zo is te zien of er aanpassingen nodig zijn om de energiedoelen tot 2030 te halen.
- De provincie werkt met de RES-partners aan een visie op de toekomstige energiemix voor Zuid-Holland na 2030. Deze visie gaat over het toekomstige energiesysteem met ruimte voor zonne-energie, windenergie en kleine kerncentrales. Over de uitvoering worden energieafspraken met het Rijk en met gemeenten gemaakt.
Beleidsprestatie 3-1-2 Eerlijke energietransitie
Wat willen we bereiken?
De provincie Zuid-Holland zet in op een eerlijke energietransitie, waarin iedereen kan meedoen en profiteren, en waarin lusten en lasten evenwichtiger worden verdeeld.
De provincie wil inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties op een betekenisvolle manier betrekken bij de ontwikkeling van energieprojecten. Zo komen plannen samen met de omgeving tot stand. Door dit tijdig en duidelijk te organiseren, kan iedereen meedenken en meedoen. Dit draagt bij aan meer draagvlak en betrokkenheid. Daarbij weegt de provincie zorgvuldig af wat belangrijk is voor de energietransitie en wat de voor- en nadelen zijn voor de directe omgeving.
De provincie moedigt mensen aan om mee te doen en zelf een deel van een project te bezitten. Zij zet in op zeggenschap en eigenaarschap van de omgeving, met lokaal eigendom per grootschalig energieproject (zoals wind- en zonne-energie). Uitgangspunt is tenminste 90% lokaal eigendom, maar de provincie streeft naar volledig lokaal eigendom. Zo krijgt de omgeving niet alleen inspraak, maar heeft ook echt het laatste woord. Daarnaast blijven de opbrengsten in de regio en stimuleert het slimme oplossingen binnen het decentrale energiesysteem. Coöperatieve ontwikkeling, zoals via energiecoöperaties en energiegemeenschappen, is daarvoor noodzakelijk. Deze organisaties maken deelname voor iedereen in de omgeving mogelijk en werken nadrukkelijk naar een zo groot mogelijk lokaal eigendom met de bijhorende zeggenschap toe.
De provincie wil dat de energietransitie haalbaar en toegankelijk is voor iedereen. Dit vraagt met name aandacht voor achtergestelde en kwetsbare groepen. Zij hebben vaker te maken met hoge energiekosten, (energie)armoede en een gebrek aan mogelijkheden om iets te kunnen doen. De provincie wil deze ongelijkheid verkleinen, om te voorkomen dat zij te veel worden belast in vergelijking met anderen en juist kansen krijgen om te profiteren van verduurzaming.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
De provincie versterkt de kracht van gemeenschappen en leert hoe ze beter kan samenwerken met groepen inwoners die zelf aan maatschappelijke transities werken.
Participatie en lokaal eigendom in de energietransitie
- De provincie brengt grondeigenaren, energiecoöperaties en lokale partijen bij elkaar. Zo kunnen grootschalige projecten voor hernieuwbare energie in lokaal eigendom komen.
- De provincie onderzoekt hoe ze lokaal eigendom en publieke deelname in energieprojecten beter kan stimuleren.
- De provincie monitort jaarlijks hoe het vooruit gaat met lokaal eigendom en wat de belemmeringen zijn. De provincie helpt gemeenten bij het opstellen van beleid voor lokaal eigendom.
- Energiecoöperaties en andere initiatieven staan steviger als ze professioneel worden gerund. Daarom geeft de provincie een begrotingssubsidie aan Energie Samen Zuid-Holland (ESZH). Dit is de koepelorganisatie van bijna 100 energiecoöperaties in Zuid-Holland. Deze koepel helpt de coöperaties met kennis, begeleiding van projecten en met subsidieaanvragen. Met het Ontwikkelfonds hebben energiecoöperaties toegang tot financiering van grotere energieprojecten.
- De provincie ontwikkelt en deelt kennis over energiegemeenschappen en stimuleert nieuwe activiteiten zoals energiedelen en flexibiliteit op gebiedsniveau.
Eerlijke energietransitie bevorderen
- Als je een eerlijk energiesysteem wilt, moet je op alle onderdelen aandacht besteden aan hoe het eerlijker kan. De provincie werkt daaraan. En ze werkt mee aan landelijke onderzoek naar energierechtvaardigheid en deelt deze kennis vervolgens.
- We stimuleren lokale initiatieven - energieprojecten van en voor bewoners - met de subsidieregeling lokale initiatieven en met de begrotingssubsidie aan het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners.
- Het is belangrijk dat alle mensen mee kunnen doen met energieprojecten in hun omgeving. Daarom steunt de provincie de ontwikkeling van energiecoöperaties. We kijken vooral naar gebieden waar weinig energiecoöperaties zijn en naar bewoners die minder vanzelfsprekend meedoen. Zo wordt duurzame opwek meer inclusief.
- Voor een eerlijke energietransitie moeten overheden samenwerken met elkaar en met lokale initiatieven. De provincie versterkt lokale samenwerking met de Energiegenerator, een project waarin gemeenten en lokale initiatieven elkaar vinden.
- Energiecoöperaties en andere lokale initiatieven verdienen meer bekendheid. De provincie helpt hierbij met campagnes, een congres, en met directe steun.
- De provincie werkt aan energiebesparing, vooral voor mensen die nu te weinig mogelijkheden hebben om te verduurzamen. Daarvoor werkt zij samen met gemeenten, woningcorporaties, lokale initiatieven, welzijnsorganisaties en anderen. De provincie doet mee met projecten in de wijk, deelt kennis en goede lokale voorbeelden (‘best practices’). De provincie werkt mee aan landelijk onderzoek en monitoring van energiearmoede.
Beleidsprestatie 3-1-3 Warmte transitie in de gebouwde omgeving en glastuinbouw
Wat willen we bereiken?
De provincie zet in op een zo groot mogelijke CO 2 -reductie. De unieke situatie in Zuid-Holland met verschillend aanbod van warmtebronnen en een bebouwde omgeving nabij, biedt kansen om CO 2 -reductie te bewerkstellingen via de warmtevoorziening. De provincie richt zich op een toekomstbestendig energiesysteem waarin de warmtetransitie een belangrijke rol heeft.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
- De provincie past het provinciale Omgevingsbeleid aan, zodat er ruimte komt voor ontwikkelingen als bovenlokale warmtesystemen en energiebesparingsmaatregelen (bronnen, warmtenetwerken, opslagsystemen).
- De provincie onderzoekt hoe ze haar coördinerende rol in het programma Warmtesysteem Zuid-Holland zo goed mogelijk kan invullen.
- De provincie onderzoekt of het mogelijk is om gebiedsgericht energie te besparen.
- De provincie kijkt of een duidelijke visie op het gebruik van de ondergrond kan helpen in de energietransitie.
- De provincie verkent de mogelijkheden voor de opslag van warm water voor koudere seizoenen. Hiervoor moet het wettelijk mogelijk worden om water van een hogere temperatuur op te slaan dan nu is toegestaan.
- De provincie verkent de inzet van biomassastromen via vergisting en vergassing voor de productie van biogas en groen gas.
- In het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat (pMIEK) maakt de provincie warmteprojecten concreet.
- De provincie onderhoudt contact met alle gemeenten en relevante stakeholders in Zuid-Holland voor kennisdeling over duurzame warmte.
- De provincie coördineert de ontwikkeling van het Zuid-Hollandse warmtesysteem in het programma Warmtesysteem Zuid-Holland. Dit betekent vraag en aanbod van warmte bij elkaar brengen. Ook werken we aan een organisatie voor het gebruik van restwarmte uit de haven en aan de doorontwikkeling van transport en verbindingsnetten waaronder WarmtelinQ.
- De provincie helpt bij het ontwikkelen van grootschalige warmtesystemen met bijpassende warmtebronnen (bijvoorbeeld aardwarmte of restwarmte) in Zuid-Holland.
- De Wcw treedt per 1 januari 2027 in werking. Vanuit de provincie besteden we aandacht aan de ontwikkeling en vorming van warmtebedrijven die de levering van warmte mogelijk gaan maken.
- De provincie geeft inzicht in hoeveel restwarmte er in de Rotterdamse haven is, en hoe deze restwarmte gebruikt kan worden. Informatie hiervoor wordt door de omgevingsdiensten opgehaald.
- De provincie stimuleert de verduurzaming van de glastuinbouwsector door steun aan de gebiedsaanpak van Greenport Zuid-Holland en door hulp bij het ontwikkelen van het warmtesysteem (bronnen, infrastructuur, opslagsystemen).
- Via het 'Netwerk Lokale Warmteoplossingen' helpt de provincie gemeenten met kleinschalige warmteoplossingen.
- Om gemeenten inzicht te geven in slim gebruik van energiebronnen is er een afwegingskader warmte en een afwegingskader koude ontwikkeld.
- De provincie helpt bij het krijgen van financiële steun uit nationale of Europese fondsen voor de warmtetransitie.
- De provincie werkt in het MOOI Connect traject aan praktijkkennis voor netbewuste warmtenetten.
- De provincie zet zich in om kennis te delen, onderzoek te doen en ervaringen uit te wisselen over de toepassing van verschillende warmtebronnen zoals geothermie, aquathermie, zonthermie en bodemenergie.
- Warmteopslag kan een belangrijke rol gaan spelen in de gebouwde omgeving en de glastuinbouw. De provincie bevordert innovatie, ontwikkeling en betaalbaarheid van warmte-opslag (hoge en midden temperatuur: HTO en MTO). Hiervoor maakt ze pilots mogelijk. Uitkomsten daarvan vertaalt ze naar het Omgevingsbeleid.
- De provincie werkt aan de juiste randvoorwaarden voor de warmtetransitie - bijvoorbeeld wetgeving en beleidstrajecten. Dat doen we vaak samen met het IPO.
- De provincie stimuleert en ondersteunt onderzoek naar de betaalbaarheid van energie in de toekomst. Hierbij kijken we naar de positie van bewoners en gebruikers van energie.
- De provincie zet zich in om de energietransitie ruimtelijk in te passen, ook ten opzichte van andere beleidsterreinen. Hiervoor wordt het Omgevingsbeleid aangepast.
Samenwerking
- Het Zuid-Hollandse warmtesysteem heeft landelijke betekenis en is onderdeel van het Nationaal Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat (nMIEK). Samen met het Rijk werkt de provincie aan betaalbare warmte. Kennis en innovatie is hard nodig voor de warmtetransitie. Daarom bevordert de provincie innovatie en verdere ontwikkeling van geothermie (aardwarmte).
- Hiervoor wordt samengewerkt met het Rijswijk Centre for Sustainable Geo-energy (RCSG) en de Energy Cave.
- Daarnaast zetten we met Rijswijk, Den Haag, EBN en TNO het netwerk Duurzame Warmte Delta op, met als uitvalsbasis de Energy Cave.
- WarmtelinQ is een warmtetransportnetwerk dat een belangrijke rol speelt in de hele warmtetransitie in Zuid-Holland. De provincie helpt om WarmtelinQ optimaal te gebruiken: ze geeft een subsidie van maximaal € 81 miljoen voor het gedeelte Rijswijk-Leiden.
- De provincie coördineert een samenwerking met verschillende stakeholders in de Rotterdamse haven zodat restwarmte voor woningen en glastuinbouw gebruikt kan worden.
- In Den Haag werkt de provincie mee aan energiebesparing en verduurzaming van verschillende overheidsgebouwen. Dit gebeurt via EnergieRijk Den Haag (ERDH): een samenwerking tussen het Rijk, de gemeente Den Haag en de provincie. We delen de kennis die we hierbij opdoen.
- Door samen te werken met energieregio’s (RES-regio’s), warmteclusters en andere organisaties, deelt de provincie kennis over duurzame warmte met gemeenten en andere doelgroepen en helpt hen met de ontwikkeling van warmtenetwerken die gemeenten met elkaar verbinden (bovenlokale projecten).
- De provincie ondersteunt onderzoek naar ‘industriële symbiose’. Het onderzoek gaat over hoe bedrijven in Zuid-Holland beter kunnen samenwerken in de warmtetransitie door energie en infrastructuur met elkaar te delen.
Stimuleren van energiebesparing
De provincie werkt aan energiebesparing langs drie lijnen; stimuleren, verbinden en versterken. Met innovatieve pilots en subsidies stimuleert de provincie energiebesparing. Daarnaast brengt de provincie mensen, kennis en kunde rondom energiebesparing bij elkaar. Tot slot monitoren we de voortgang van de energiebesparing en zoeken we de samenhang met ander beleid.
- Bij de inzet van Trias Energetica is energiebesparing een belangrijk element. Energie die niet gebruikt wordt, hoeft niet te worden opgewekt en heeft dus ook geen schaarse ruimte nodig. Daarom is het belangrijk dat energie bespaard wordt. De provincie werkt aan besparing van warmte in de bestaande bouw, nieuwbouw, bij bedrijventerreinen en bij specifieke doelgroepen.
- De provincie helpt bepaalde doelgroepen (maatschappelijk vastgoed, het mkb, recreatiewoningen en monumenten) om energie te besparen.
Stimuleren van verduurzaming
- De provincie helpt bij het maken van een integraal warmtesysteem in de gebouwde omgeving en de glastuinbouw. De provincie ondersteunt de ontwikkeling van de clusteraanpak en een bovenlokaal warmtesysteem en duurzame lokale warmtenetten. De provincie helpt bij de ontwikkeling en innovatie van warmtebronnen, warmteopslag en de inpassing van warmtetransportnetwerken en warmtesystemen.
- De provincie ontwikkelt plannen voor duurzame energie waarmee de nieuwbouw van woningen sneller kan. Energieoplossingen koppelen we aan slimme ideeën voor klimaatadaptatie, circulair bouwen en bouwen zonder uitstoot.
- De provincie werkt aan de oprichting van een regionaal energiefonds voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Via dit fonds kunnen maatschappelijke vastgoedeigenaren gunstige leningen aanvragen voor de verduurzaming van hun gebouwen.
Beleidsprestatie 3-1-4 Klimaatneutrale en circulaire industrie
Wat willen we bereiken?
Zuid-Holland onderschrijft de nationale doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren tot 49% in 2030 met als uiteindelijke doel om klimaatneutraal te zijn in 2050. En daarnaast onderschrijft de provincie de nationale doelen om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulaire economie te realiseren. De Zuid-Hollandse industrie zal daartoe een transitie moeten doormaken naar een industrie die klimaatneutraal en circulair is.
Samen met haar partners zet de provincie zich hiervoor in langs drie sporen die de basis vormen van drie maatregelen in het Omgevingsprogramma:
- stimuleren van efficiency en het nuttig en slimmer toepassen van reststromen;
- vernieuwen van het energiesysteem;
- vernieuwen van het grondstoffensysteem.
Voor al deze sporen is de tijdige beschikbaarheid van een adequate energie infrastructuur, alsmede voldoende ruimte om deze energie infrastructuur te realiseren, een belangrijke conditie.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Stimuleren van efficiency in de industrie
- De provincie gebruikt vergunningen, toezicht en handhaving om bedrijven efficiënter met energie en grondstoffen om te laten gaan.
- Samen met ondernemersvereniging Deltalinqs werkt de provincie aan energiebesparing bij industriële bedrijven. Energie-innovatiestudies bekijken het energieverbruik van een complete fabriek voor mogelijke verbeteringen.
Vernieuwen van het energiesysteem van de industrie
- Samen met partners uit NOVEX Rotterdamse haven werkt de provincie aan een markt voor groene waterstof. Omdat hierbij geen koolstofdioxide vrijkomt, past het bij het Rijksplan voor waterstof.
- De provincie kijkt of ontwikkelingen op het vlak van waterstof kansen bieden voor de maakindustrie. Daarom draagt de provincie bij aan onderzoeken, studies en evenementen. Voor waterstof is een nieuwe infrastructuur nodig; de provincie helpt regionale initiatieven die daaraan werken.
- Om kennis te delen over waterstof werkt de provincie mee aan de oprichting van Europe’s Hydrogen Hub. Dit doet zij samen met Port of Rotterdam, TU Delft, TNO, Gemeente Rotterdam en Innovation Quarter.
- De provincie wil dat de energietransitie gezond en veilig is. Daarom volgt ze de onderzoeken naar de risico’s van waterstofdragers. Ook stelt de provincie in 2026 praktische richtlijnen (handelingsperspectief) op voor mogelijke ongelukken met ammoniak.
- Er moet genoeg ruimte zijn voor nieuwe duurzame bedrijven en voor industrieën die duurzamer willen worden. Ook voor energie-infrastructuur is ruimte nodig. Hierover bestaan afspraken in NOVEX Rotterdamse haven (Uitvoeringsagenda 1.0). De provincie voert deze afspraken uit. Een voorbeeld hiervan is dat de provincie samen met partners oplossingen voor ruimtegebrek in de Rotterdamse haven gaat onderzoeken (onderzoek naar nut, noodzaak en impact op de omgeving). Ook past de provincie haar omgevingsbeleid hierop aan.
Vernieuwen van het grondstoffensysteem van de industrie
- Voor circulaire bedrijven is veel ruimte nodig. Daarom werkt de provincie aan ruimte voor deze bedrijven. Ook helpt het de industrie als er meer vraag komt naar duurzame materialen. De provincie werkt daarom in de Europese Unie aan eerlijke concurrentie voor deze materialen.
- Duurzame bedrijven staan niet op zichzelf, maar werken samen in ketens. De provincie steunt projecten die helpen zulke ketensamenwerking te verbeteren. Soms vraagt dit om slimme arbeidskrachten. Met geld uit het Just Transition Fund (JTF) pakt de provincie knelpunten op de arbeidsmarkt aan. Van 2022 tot en met 2029 is er voor de regio Groot-Rijnmond € 60 miljoen beschikbaar.
- De provincie onderzoekt of er in Zuid-Holland samenwerkende bedrijven zijn (waardeketens) die we willen helpen groeien. We verkennen welke nieuwe industriële circulaire waardeketens we in deze regio zouden willen vergroten en onderzoeken hoe we dit kunnen stimuleren.
- Uit afval en biomassa kunnen weer nuttige grond- en brandstoffen gemaakt worden. Via subsidies uit het Kansen voor West 3-programma helpt de provincie zulke duurzame initiatieven.
- Samen met ondernemersorganisatie Deltalinqs werkt de provincie aan een onderzoeksmethode. Hierdoor kunnen bedrijven slimmer met grondstoffen en reststromen omgaan (grondstoffen-innovatie-studies).
- Samen met InnovationQuarter bekijkt de provincie of circulaire industriële start- en scale-ups tegen problemen aanlopen. Met het Industry Transformers-overleg proberen we die problemen weg te halen.
- We dragen bij en doen mee aan het netwerk Groene Chemie, Nieuwe Economie (GCNE). Dit platform wil de transitie van de chemiesector versnellen.
- We dragen bij en doen mee aan het European Chemical Regions Network (ECRN). Een van onze gedeputeerden is hiervan bestuurslid. Zo dragen we bij aan een eerlijke concurrentie voor duurzame bedrijven in Europa.
- We nemen deel aan de taskforce Circulair en de taskforce Energietransitie van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). Dit gaat bijvoorbeeld om het ruimte geven aan duurzame bedrijven.
- Waar we kunnen, werken we samen met ondernemersvereniging Deltalinqs aan het Deltalinqs Climate Program. Dit gaat onder andere over vernieuwing van het energiesysteem, over verduurzaming van de industrie, en over slim omgaan met grondstoffen.
- We houden nationale en Europese regelgeving over de grondstoffentransitie in de gaten. Ook geven we input voor nieuwe regelgeving.
- Waar het kan, en waar het past bij het provinciaal beleid, ondersteunen wij innovaties die bijdragen aan de grondstoffentransitie in de industrie.
- Wij onderzoeken de (on)mogelijkheden van een syngasketen in het Haven Industrieel Complex
Beleidsprestatie 3-1-5 Duurzaam energiesysteem
Wat willen we bereiken?
De provincie werkt samen met netbeheerders, medeoverheden en andere partners aan een gezamenlijk, ingepast en volledig duurzaam energiesysteem in 2050. Met ‘energiesysteem’ wordt de vraag en aanbod van energie (opwek en gebruik) en de verbinding hiertussen bedoeld. Zoals transport, opslag en het omzetten van de ene soort energie naar een andere. Daaronder wordt warmte, elektriciteit, duurzame gassen en CO 2 als grondstof en restproduct verstaan. De provincie werkt aan een (regionaal) energiesysteem dat klaar is voor de toekomst. Dit systeem:
- Ontwikkelt zich in samenhang met diverse ruimtelijke en andere, op zichzelf staande ontwikkelingen
- Wordt zo goed mogelijk ingepast in de ruimte die er is
- Wordt goed en slim gebruikt
Om tot een duurzaam energiesysteem te komen werkt de provincie met zeven leidende principes die zijn afgesproken in het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat 2.0:
- Vraagreductie (energiebesparing)
- Lokale opwek – waar mogelijk lokaal benutten van hernieuwbare bronnen
- Kiezen voor de meest passende energiedrager (zoals elektriciteit, warmte, groen gas en water- stof).
- Energievraag en -aanbod lokaal, regionaal en provinciaal trapsgewijs bij elkaar brengen
- Maximale inzet op efficiënter benutten van energie-infrastructuur
- Een toegankelijke energievoorziening voor iedereen
- Samenhang in energie en ruimte
Het energiesysteem in Zuid-Holland staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een groter systeem. Zo is er ook uitwisseling van energie met omringende provincies en andere landen. Alle onderdelen (centraal en meer verspreid) werken samen als één geheel. Dit is van groot belang voor een gebalanceerd, robuust en betrouwbaar systeem.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
Het energiesysteem vormt steeds vaker een probleem voor de maatschappelijke opgaven waar de provincie aan werkt. Netcongestie speelt daarbij een belangrijke rol. Daarom werken we binnen de provincie samen met andere beleidsterreinen (wonen, mobiliteit en economie) aan dit thema. In de Energieraad ontwikkelen we samen met netbeheerders, gemeenten en regio’s een Actieplan Netcongestie. Netuitbreidingen kosten tijd. Daarom zal de schaarste op het elektriciteitsnet nog wel jaren duren. Het Actieplan zorgt ervoor dat we in Zuid-Holland toch stapsgewijs extra ruimte op het stroomnet creëren en de bestaande ruimte zo goed mogelijk benutten.
Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK)
- De provincie gaat door met de samenwerking met netbeheerders en gemeenten in de Energieraad. Ze zet extra in op sneller bouwen, beter benutten, en slimmer maken van het systeem.
- De provincie werkt samen met de betrokken netbeheerders en gemeenten aan een systematische aanpak van alle projecten voor een betere energie-infrastructuur: het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie (pMIEK). Begin 2027 komt versie 3.0 gereed, met een gebiedsgerichte uitwerking voor drie gebieden.
- Na afronding van pMIEK 3.0 beginnen we met onderzoeken die nodig zijn om het toekomstige energiesysteem verder te ontwikkelen.
- Na afronding van pMIEK 3.0 wordt een plan van aanpak opgesteld voor pMIEK 4.0 inclusief een herziening van het Toekomstbeeld energiesysteem. Hierin worden landelijke ontwikkelingen vanuit de Interbestuurlijke Werkwijze (IBW) meegenomen of geïntegreerd (energiebeelden, gebiedsuitwerkingen, energieafspraken).
- Energie-infrastructuurprojecten zijn complex en kennen lange doorlooptijden. Op projecten met een ‘pMIEK-status’ houdt de provincie regie. Op die manier zorgen we ervoor dat we sneller kunnen bouwen.
- De provincie anticipeert op de mogelijkheid dat ze bevoegd gezag wordt voor 150 kV en/of 50 kV-projecten.
- De provincie monitort de pMIEK-projecten om knelpunten vroegtijdig op te sporen en hulpvragen op te lossen.
- Zuid-Holland heeft € 16,6 miljoen ontvangen om netcongestie in de provincie tegen te gaan. In 2027 worden dit geld ingezet voor verschillende projecten, onder andere een vliegende brigade vanuit de provincie die de bouw van nieuwe energie-infrastructuur versnelt. Ook gaan we een pilot doen waarin data over het laagspanningsnet in kaart wordt gebracht.
- De provincie wisselt kennis uit met alle gemeenten in Zuid-Holland over overbelasting van het stroomnet en maatwerkoplossingen.
- De provincie ontwikkelt kennis en deelt die vervolgens met gemeenten of andere doelgroepen. Ze doet dit bijvoorbeeld door richtlijnen en adviezen te maken.
- De provincie werkt verder aan een samenhangend plan voor het hele energiesysteem, bijvoorbeeld met behulp van een datatool. Verder voert de provincie studies uit over waterstof, energieplanologie, energiemarkt en over betaalbaarheid.
- De provincie verbetert verdere data-uitwisseling met netbeheerders. Vanuit pMIEK is er regelmatig contact met netbeheerders en worden afspraken gemaakt over methoden en systemen om data te kunnen delen.
- De provincie werkt aan verschillende visualisaties over het energiesysteem binnen pMIEK. Ingewonnen data wordt gevisualiseerd in kaartviewers, dashboards en andere tooling zodat de data snel en eenduidig geïnterpreteerd kan worden.
- De provincie bouwt kennis op over het toekomstige energiesysteem. Bijvoorbeeld over energieopslag, waterstof en groengas en de rol van deze ontwikkelingen in het Zuid-Hollandse energiesysteem.
Ruimtelijke inpassing energie-infrastructuur
Om de samenhang in energie en ruimte te bevorderen inventariseert de provincie voor het 150- en 50-kV net samen met de netbeheerders alle provinciaal relevante majeure nieuwbouw-, uitbreidings- en vervangingsinvesteringen bij bestaande onderstations (ook als deze geen pMIEK-status hebben). Zo signaleren we vroegtijdig of er knelpunten zijn, bijvoorbeeld in de beschikbare ruimte.
Stimuleren van flexibiliteit en efficiëntie van het energiesysteem
De provincie werkt aan slimme oplossingen die het huidige elektriciteitsnet beter benutten en overbelasting van het stroomnet voorkomen. Waar dat nodig is, voert de provincie - soms samen met gemeenten - onderzoek uit naar vraag en aanbod van energie. Zo kijkt de provincie hoe het energiesysteem beter in balans kan komen. Ook helpt de provincie met pilots voor ‘netbewust bouwen’, batterijen en andere ideeën die het stroomnet kunnen ontlasten.
De provincie Zuid-Holland zet in op de ontwikkeling en toepassing van vraag- en aanbodsturing, conversie- en opslagmethoden en procesinnovaties die bijdragen aan een flexibeler en efficiënter energiesysteem. In het Actieplan Netcongestie van de Energieraad krijgen deze oplossingen, inclusief de rol van de provincie, een plek.
Om efficiëntie van het energiesysteem te realiseren, is inzicht in het systeem nodig. Hier werken we aan met verschillende datapilots.
Ondersteunen realisatie energiehubs
De provincie ondersteunt energiehubs in hun ontwikkeling. We zetten energieregisseurs in om bedrijventerreinen te helpen en jaarlijks bij te dragen aan de realisatie van een aantal energiehubs. Daarnaast ondersteunen we kansrijke hubs bij hun eerste stappen. Het gaat hierbij om het opdoen en delen van kennis over het realiseren van energiehubs en het ruimte bieden aan innovatieve oplossingen in techniek en organisatie. Ook standaardiseert de provincie het proces ‘ontwikkeling energiehub’ om het sneller en goedkoper te kunnen doen. Niet voor alle initiatieven is een energiehub de meest passende oplossing. Soms zijn individuele oplossingen beter. Daarom helpen we ook bij het kiezen van de beste oplossing.
Ruimtelijke verkenning voor toekomstige energie-infrastructuur
Samen met netbeheerders, gemeentes en andere partners brengt de provincie de locaties voor de energieinfrastructuur van de toekomst in kaart. De nadruk ligt hierbij op de 150 kV-stations. Hiervoor moeten we nu al ruimte reserveren. Daarom kijkt de provincie welke wettelijke mogelijkheden er hiervoor zijn.
Elektriciteitsopslagsystemen (EOS)
Elektriciteitsopslagsystemen hebben een functie in het energiesysteem van de toekomst. Tegelijkertijd is de fysieke ruimte in Zuid-Holland schaars. Daarom wil de provincie goed afwegen waar zulke systemen nodig zijn. Samen met gemeenten werken we aan uitgangspunten voor energieopslagsystemen.
Beleidsprestatie 3-1-6 Kernenergie
Wat willen we bereiken
Zuid-Holland is een energie-intensieve provincie en voor de energietransitie van de bebouwde omgeving en de industrie is een ruime en betrouwbare beschikbaarheid van CO 2 neutrale energie van levensbelang. De provincie sluit daarom op voorhand geen enkele CO 2 -emissievrije techniek uit.
De energiemix van de toekomst vraagt om stabiele, duurzame en betrouwbare bronnen. Kernenergie kan een bijdrage leveren aan deze toekomstige energiemix. Daarnaast kan het de afhankelijkheid van fossiele import buiten Europa verminderen. De provincie wil de potentie van kernenergie in de energiemix binnen de provincie verder onderzoeken en verkennen. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar kleine kerncentrales (SMR’s).
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
- Op basis van de uitkomsten van het potentieonderzoek naar de plaatsing van small modulair reactors (SMR’s) in de provincie Zuid-Holland wordt een vervolgonderzoek opgestart. In het onderzoek naar herziening van de toekomstige energiemix Zuid-Holland worden SMR’s meegenomen naast wind en zon.
- De provincie stelt geld beschikbaar om gemeenten financieel te ondersteunen in de kosten van simulaties, locatieonderzoek en participatie.
