Het beleidsdoel Gezonde natuur is vastgesteld in het omgevingsbeleid. De uitwerking van dit beleidsdoel vind je via deze link .
Beleidsprestatie 5-1-1 Nieuwe natuur realiseren
Wat willen we bereiken?
De provincie is wettelijk verantwoordelijk om bepaalde soorten en leefomgevingen (habitats) te beschermen en in de zogenoemde ‘gunstige staat van instandhouding’ te brengen, zoals staat vermeld in de EU Vogel- en Habitatrichtlijn, aangevuld met de opgaven die voortvloeien uit de natuurherstelverordening. Aanleg van natuur is hiervoor een belangrijk middel, waarbij de provincie wil bereiken dat een sterk netwerk van natuurgebieden ontstaat, dat bestaat uit kerngebieden en verbindingszones daartussen (het Natuurnetwerk Nederland). Buiten deze natuurgebieden wil de provincie het gebied in goede conditie blijft en duurzaam wordt beheerd, zodat het zijn waarde en functie behoudt. Dit doet zij door aantrekkelijke landschappen en steden te creëren waar, naast andere functies, ook voldoende ruimte is voor natuurwaarden.
Naast dat dit de algehele biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit verhoogt, draagt het ook bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving in Zuid-Holland. Voor de aanleg van natuur neemt de provincie de leiding. Ze stelt zich hierin op als verbinder tussen lokale partijen om te komen tot samenwerking.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG)
- Het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG) werkt verder met de integrale gebiedsgerichte aanpak voor het landelijk gebied. Met deze aanpak werkt het ZH-PLG mee aan het bereiken van de beleidsdoelen voor natuur, stikstof, klimaat, landbouw en water.
- De noodzaak om door te pakken groeit door een aantal factoren:
- De rechterlijke uitspraken over stikstof
- De naderende deadlines voor wettelijke doelen.
- De ambities en ontwikkelingen vanuit het Rijk.
- Onduidelijkheid of er extra geld vanuit het Rijk komt.
- Samen met andere overheden en maatschappelijke partners werken we de gebiedsplannen en projecten uit in concrete gebiedsuitvoeringsagenda's voor de deelgebieden. In een uitvoeringsagenda staat een toekomstbeeld op gebieds- of polderniveau, de aanpak met concrete, integrale maatregelen voor prioritaire opgaven en benodigd instrumentarium.
- In 2027 gaan we door met het uitvoeren van het groeiende ZH-PLG projectportfolio. Onderdeel van het portfolio is het Maatregelenpakket ZH-PLG, waarvoor Rijksmiddelen zijn ontvangen. Ook zijn inmiddels vanuit de “Strategische reserve landelijk gebied” middelen toegekend voor het realiseren van -projecten uit de gebiedsplannen.
- De aankomende jaren gaan meer realisatievermogen van de provincie vragen. Dit betekent dat we onze uitvoeringskracht in het landelijk gebied gaan vergroten. Om de uitvoering van projecten te versnellen werken we met een doorbraakaanpak.
Digitalisering
We ontwikkelen digitale producten om data en informatie te delen en beter te benutten voor de opgaven water, klimaat, natuur en landbouw. In 2027 werken we aan:
- De verkenning van mogelijkheden voor nieuwe digitale informatieproducten om de beleidscyclus te ondersteunen.
- De (door) ontwikkeling van digitale informatieproducten die aansluiten bij de behoeften. Voorbeelden van informatieproducten zijn de gebiedsviewer en de KRW-monitor. De gebiedsviewer is een hulpmiddel voor de gebiedsprocessen waarin informatie over bijvoorbeeld grondgebruik, bodemgesteldheid, natuur en waterhuishouding is opgenomen. De KRW-monitor laat zien hoe het staat met de KRW-doelen, chemische en ecologische waterkwaliteit in de belangrijkste Zuid-Hollandse grond- en oppervlaktewateren.
Realiseren begrensde (nieuwe) natuur
- We richten in 2027 circa 500 hectare binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) in als nieuwe natuur. We maken afspraken met de grondeigenaren over de gronden die we daarvoor nodig hebben. Voor een deel richten zij zelf gronden in als natuur. Voor een deel verwerft de provincie de grond of ruilt deze met andere gronden die van de provincie zijn. Voor de gronden worden inrichtingsplannen gemaakt, vergunningen aangevraagd en aannemers ingehuurd voor de uitvoering. De daadwerkelijke (start van de) uitvoering van de inrichtingsmaatregelen loopt in fases. Samen met de grondeigenaren en gebiedspartners werken we de realisatiestrategie per regio verder uit en starten we de planologische procedures. Dat gebeurt op basis van het door Provinciale Staten (PS) vastgestelde NNN-handelingskader (link) en het PS besluit ‘volledige schadeloosstelling’ (link).
- De provincie is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het natuur-en recreatiegebied Buijtenland van Rhoon. Dat doen we in opdracht van het Rijk en met middelen uit het project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Volgens het Streefbeeld Buijtenland van Rhoon komt er uiteindelijk in het 600 hectare grote gebied akkernatuur en recreatie. De Gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon (GC) krijgt een subsidie van de provincie voor de inrichting en het beheer van het gebied. In 2027 wordt circa 13 hectare aan natuurmaatregelen voorzien, ingericht en in beheer genomen (volgens het Meerjarenplan van de GC). Met Buijtenland van Rhoon realiseren we natuurvriendelijke oevers, bloemrijke akkerranden en heggen voor onder andere akkervogels en insecten. Ondernemers kunnen de (pacht)gronden op zodanige wijze benutten, dat er ook ruimte blijft voor bijvoorbeeld bijzondere plantensoorten, insecten en akkervogels. Ondernemers krijgen ruimte om te experimenten met andere gewassen zoals teunisbloem en haver. Ook werken we aan het aanleggen van wandelpaden en plekken waar mensen de natuurlijke omgeving kunnen ervaren en beleven. In 2027 wordt circa 4 kilometer wandelpad aangelegd, evenals een aantal belevingsplekken. Sommige eigenaren richten hun grond zelf in als (landbouwinclusieve) natuur (zelfrealisatie). Als zij dat niet willen, koopt de provincie de grond. Ook werkt de provincie aan de verdere planuitwerking van de recreatieve entrees van het gebied (recreatieve poorten).
Versterken natuur- en landschapswaarden
De provincie wil met het versterken van de natuur- en landschapswaarden de biodiversiteit buiten de grenzen van het NNN vergroten. Het versterken van deze waarden kan zowel in het landelijk gebied als in de stad plaatsvinden. De focus ligt op verbeteren van leefgebieden van icoonsoorten en boerenlandvogels en de aanleg van groenblauwe dooradering en bos en bomen.
Icoonsoorten
We verbeteren leefgebieden van icoonsoorten door :
- Het openstellen van de subsidieregeling 'Realisatie leefgebied icoonsoorten’. Hiermee steunen we initiatieven uit de samenleving die de biodiversiteit versterken. Icoonsoorten zijn dieren en planten die representatief zijn voor een bepaald leefgebied. Landschapselementen die hiermee worden aangelegd zijn bijvoorbeeld bomen, heggen, oevers en poelen.
- We vergroten bekendheid en draagvlak door:
- Het maken en delen van informatiebladen voor onze partners. Daarin staat informatie over de maatregelen voor icoonsoorten uit stedelijk en landelijk gebied en over het versterken van hun leefgebieden.
- Het delen van kennis en informatie over ontwikkelingen van soorten en soortenbeleid met partners zoals gemeenten, waterschappen en omgevingsdiensten.
- We brengen onze icoonsoortenaanpak verder onder de aandacht via beeldverslagen, actieve verspreiding van rapporten en infobladen en in netwerkbijeenkomsten.
- We zorgen dat we beter zicht krijgen of de effecten van maatregelen door te werken aan een monitoringplan voor icoonsoorten.
- Specifiek voor bestuivers stimuleren we het bestuiver-vriendelijk inrichten van Zuid-Hollandse landschappen via het Bijenlandschap. Dat doen we samen met alle Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten. We maken campagnes voor inwoners en voor gemeenten en waterschappen. Ook werken we aan proefgebieden waar lokaal de terreinen worden ingericht voor bestuivers (zoals bijen) en andere soorten.
Boerenlandvogels
We werken aan verbetering van de staat van instandhouding van de populatie boerenlandvogels. Dat doen we als volgt:
- We verbeteren leefgebieden door:
- een subsidieregeling voor maatregelen open te stellen om nesten en kuikens van boerenlandvogels beter te beschermen tegen roofdieren (predatiebeheer) en doen onderzoek naar de overleving van weidevogelkuikens op maisland.
- subsidie te geven aan de vrijwilligersorganisatie de Groene Motor (link) om hen te ondersteunen. Met de subsidie kunnen de vrijwilligers materiaal aanschaffen en hun kennis van weidevogels verder ontwikkelen.
- maatregelen te nemen op provinciegronden om deze grond geschikt te maken voor weidevogels.
- We vergroten kennis en draagvlak door:
- organiseren van activiteiten, waaronder een provinciale kennisdag voor alle betrokken partijen (agrarische collectieven, boeren, terreinbeherende organisaties, weidevogelvrijwilligers).
- ondersteunen agrarische collectieven als ze hun beschermingswerk willen uitbreiden, verder ontwikkelen en/of professionaliseren.
- meerjarig onderzoek naar de overleving van gruttokuikens.
Groenblauwe dooradering
Groenblauwe dooradering gaat over het toevoegen van natuur en water in het landschap. Denk aan sloten, oevers, heggen, bomenrijen en bloemrijke randen. Dat helpt de waterkwaliteit, het klimaat en de biodiversiteit. Daartoe doen we het volgende:
- We werken aan het beleidskader ’Groenblauwe dooradering’ (GBDA), waarbij we aansluiten op landelijk beleid. Daarbij kijken we ook vooruit op de uitrol van dit beleid, ten aanzien van de aspecten realisatie, beheer en bestendiging.
- We adviseren op verschillende GBDA-initiatieven die uit de gebiedsprocessen ZH-PLG zijn voortgekomen en werken concrete plannen voor de groenblauwe dooradering (vanuit de gebiedsprocessen ZHPLG) verder uit voor het Westland, Alblasserwaard, Hoeksche Waard, Midden-Delfland en Boskoop. We ondersteunen de uitvoering hiervan en stellen de nieuwe subsidieregeling GBDA hiervoor open.
- We werken mee aan een systeem dat landelijk wordt ontwikkeld om GBDA te monitoren.
Bos en bomen
Bossen en bomen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan onze provinciale opgaven zoals recreatie, gezondheid, CO2 opslag, biodiversiteit, klimaatadaptatie (tegengaan hittestress en opvang overmatige neerslag) en verduurzaming van de landbouw. De aanleg van bos en bomen is dus naast dat het een leefgebied vormt voor meerdere icoonsoorten en beschermde soorten, ook nodig voor vele andere opgaven. Daartoe
- stellen we de subsidieregeling ’Meer bos in Zuid-Holland’ open voor de financiële ondersteuning van bosuitbreiding door grondeigenaren, waaronder gemeenten.
- geven we subsidie voor bosuitbreiding en voor het verbeteren van bestaand bos in recreatiegebieden.
- onderzoeken we waar kansen liggen voor aanleg van bos en hebben we bosmakelaars die bij zowel bekende als nieuwe initiatieven helpen om plannen te maken, subsidies aan te vragen en ondersteunen bij de uitvoering van bosuitbreiding.
- werken we samen met MeerBomenNu van Urgenda om de aanplant van individuele bomen bij particulieren te stimuleren. stimuleren we initiatieven voor aanleg van voedselbossen en agroforestry. Agroforestry gaat over het combineren van bomen en struiken met andere landbouwactiviteiten. We werken hierin samen met de opgave landbouw. Deze onderdelen passen ook onder de subsidieregeling “Realisatie leefgebied icoonsoorten”, zoals benoemd onder icoonsoorten.
Beleidsprestatie 5-1-2 Beschermen en versterken bestaande natuur en soorten
Wat willen we bereiken?
De provincie wil de plant- en diersoorten die van nature voorkomen binnen de provinciegrenzen behouden. Dit doet zij door het ondersteunen van goed beheer van de natuur, door de kwaliteit van natuurgebieden te verbeteren en deze gebieden te beschermen via regels en plannen. In het landelijk en stedelijk gebied treft de provincie maatregelen om de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening te halen, de natuur gezond te houden en de natuur op landbouwgrond te verbeteren. Belangrijke weidevogelgebieden worden door de provincie door regels beschermd (dit noemen we planologisch). Daarnaast stimuleert zij initiatieven voor verdere versterking van de kwaliteit. Ook gebieden met bomen of bos (zogenoemde houtopstanden) worden planologische beschermd.
De provincie wil dat er een gezond evenwicht is tussen de verschillende soorten wilde dieren. Bij het beheren van dit evenwicht wordt zorgvuldig gekeken naar de belangen van natuur en de samenleving. Als het nodig is, neemt de provincie maatregelen. Bijvoorbeeld om planten en dieren te beschermen, voor de veiligheid van mensen, voor de volksgezondheid of om schade aan landbouw en andere belangrijke zaken te voorkomen. Daarnaast geeft de provincie vergoedingen voor schade veroorzaakt door wilde en beschermde dieren. De provincie werkt aan het voorkomen en aanpakken van schadelijke planten en dieren uit andere landen (exoten). Dit doet ze door ze te voorkomen, weg te halen of onder controle te houden. Als deze soorten schade veroorzaken aan beschermde planten en dieren, of aan de economie of gezondheid van mensen, neemt de provincie maatregelen.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
Natuurmonitoring
- Door de ontwikkeling van de natuur goed in de gaten te houden (monitoring), kunnen we op tijd maatregelen nemen en onze natuurdoelen halen. Daarom volgen we weidevogels, vegetatie (begroeiing van planten) en winterwatervogels via langjarige meetnetten. Met deze meetnetten verzamelen we jaar op jaar gegevens over planten en dieren, om op de lange termijn veranderingen te kunnen volgen.
- In de beschermde natuurgebieden onderzoeken we de natuurkwaliteit door te monitoren hoe het gaat met de planten en dieren die daar leven. Zo kunnen we veranderingen volgen. Op basis daarvan bepalen we wat nodig is om de natuur te beschermen en verder te verbeteren. We doen dit samen met de grondeigenaren en beheerders.
- Voor het Natuur Netwerk Nederland (NNN) hebben we een dashboard in de vorm van een kaartviewer met de SNL- natuurkwaliteit. Dit is gebaseerd op een (landelijk) gestandaardiseerde werkwijze en geeft een (globale) indruk van de natuurkwaliteit in de gebieden. We gebruiken dit om (ook met behulp van de achterliggende gegevens) in gesprek te gaan met de terreinbeheerders en tijdig bij te sturen als verbeteringen nodig zijn. Link: geo.zuid-holland.nl/data/natuur/snlbeo/natuur_landschapsbeheer.html
- We kijken in de natuurgebieden die nieuw zijn ingericht, of de natuur zich goed ontwikkelt. Als dat nodig is gaan we in overleg met de beheerder over tot aanpassingen van het beheer.
- Digitalisering en het beheren van data worden steeds belangrijker. We zorgen ervoor dat gegevens goed worden opgeslagen, makkelijk toegankelijk zijn en eenvoudig gedeeld kunnen worden.
- We doen actief mee aan het landelijke Verbeterprogramma VHR-monitoring (VVM). Dit programma helpt om natuurmonitoring, informatie en rapportage in Nederland beter te maken. Samen met andere provincies kijken we wat nodig is voor de vereiste monitoring uit de Natuurherstelverordening. We maken hierover afspraken met het Rijk.
- Ook in 2027 wordt de informatie uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) voor iedereen beter toegankelijk. Hiervoor werken de twaalf provincies samen in een gemeenschappelijke regeling om het beheer van de NDFF goed te organiseren. De provincie Zuid-Holland helpt hierbij met ecologisch, juridisch en financieel advies om het proces soepel te laten verlopen.
Beschermen natuur en soorten
Vergunningverlening, toezicht en handhaving op activiteiten die de natuur betreffen
- We verbinden natuurbescherming aan maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw, energie en drinkwateropgave. Dit doen we door bijvoorbeeld gemeenten te ondersteunen bij het maken van soortenmanagementplannen, waarin het ecologisch onderzoek en te nemen maatregelen op gebiedsniveau staan beschreven. Ook stellen we hiervoor subsidie beschikbaar aan gemeenten.
- We voeren in samenwerking met ODH maatregelen door om het vergunningenproces effectiever en sneller te laten verlopen en richten dit meer in op het daadwerkelijk verbeteren van de leefgebieden van populaties beschermde soorten.
- We geven opdracht aan de omgevingsdiensten Haaglanden en Zuid-Holland-Zuid voor het uitvoeren van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) voor ontwikkelingen die dieren en planten kunnen schaden.
Planologische bescherming
- Goede bescherming van de bestaande natuurgebieden en beschermd weidevogelgebied is noodzakelijk. Ook in 2027 blijven we ruimtelijke ontwikkelingen toetsen op de effecten op de natuur. Als schade aan natuur of beschermde weidevogelgebieden niet kan worden voorkomen, zorgen we dat deze schade op een goede manier wordt gecompenseerd.
Invasieve exoten
Invasieve exoten zijn soorten die van oorsprong niet in ons land voorkomen en die andere soorten verdringen. Ze hebben daardoor een negatief effect op de biodiversiteit.
- We bestrijden invasieve exoten waarvoor de provincie een eliminatie-plicht (verwijderingsplicht) heeft en we voeren beheersmaatregelen uit voor invasieve exoten waarvoor de provincie een beheersverplichting heeft.
- Dit doen we door het geven van opdrachten aan terreinbeheerders of verlenen van vergunningen en we ondersteunen medeoverheden en terreinbeheerders met het verwijderen van exoten door middel van subsidie.
- We werken aan een aanpak om de kleine waterteunisbloem op Tiengemeten terug te dringen. Daarnaast worden maatregelen getroffen om te voorkomen dan wel te beperken dat de plant zich verder verspreid in het Natura 2000-gebied Haringvliet.
- We leveren kennis en informatie voor de Natura 2000-beheerplannen en de aanpak drukfactoren rondom Natura 2000 gebieden over de bestrijding en het beheer van invasieve exoten.
- We onderhouden contacten met organisaties die natuurterreinen beheren (TBO’s) en met andere overheden over de bestrijding en het beheer van invasieve exoten.
Balans en behoud draagvlak door faunabeheer
- We geven een tegemoetkoming voor schade aan landbouwgewassen die wordt veroorzaakt door in het wild levende inheems beschermde dieren. Dat loopt via de uitvoeringsorganisatie BIJ12.
- We werken aan manieren om de landbouwschade die wordt veroorzaakt door inheems beschermde dieren te beteugelen.
- We werken aan manieren om veiligheidsrisico's veroorzaakt door inheems beschermde dieren op te voorkomen dan wel te beperken, door het afgeven van onder meer vergunningen voor faunabeheer.
- We werken aan manieren om de schade veroorzaak door in het wild levende dieren aan flora en fauna te voorkomen dan wel te bepreken door het afgeven van onder meer vergunningen voor faunabeheer. We toetsen en keuren de faunabeheerplannen goed die de Faunabeheereenheid (FBE) vaststelt.
- We verlenen we subsidies aan de Faunabeheereenheid en aan Wildbeheereenheden (WBE’s) voor de uitvoering van hun wettelijke taken als het gaat om de uitvoering van het faunabeheer. Daaronder valt onder andere het opstellen van en uitvoeren van faunabeheerplannen
- We bewaken het behoud van de soorten flora en fauna. We toetsen of de afweging van belangen door de Faunabeheereenheid en de FBE's in het faunabeheer op een goede manier is gebeurd.
- We behandelen bezwaar- en beroepsprocedures tegen de goedgekeurde besluiten, binnen de wettelijke termijnen.
Beheer van begrensde en agrarische natuur
We zorgen ervoor dat de bestaande natuurgebieden, zowel NNN als Natura 2000, worden beheerd, zodat deze bijdragen aan de landelijke natuurdoelen. Door middel van agrarisch natuurbeheer wordt bijgedragen aan de natuurdoelen in het landelijk gebied.
Natuurbeheerplannen
- Elk jaar werken we het Natuurbeheerplan Zuid-Holland bij. In dit plan beschrijven we voor welke natuurdoelen we (agrarisch) natuurbeheersubsidie kunnen verlenen aan grondeigenaren en agrariërs, zoals voor weidevogels, groenblauwe dooradering. Daarnaast staat in het Natuurbeheerplan Zuid-Holland op kaart aangegeven voor welke doelen er binnen het NNN natuurontwikkeling of een kwaliteitsimpuls gesubsidieerd kan worden.
- De Natura 2000-beheerplannen hebben een looptijd van 6 jaar. In 2027 worden de laatste beheerplannen geactualiseerd, zodat we voor alle Natura 2000 gebieden waarvan de provincie voortouwnemer is, weer een actueel beheerplan hebben. Vervolgens krijgen de Natura 2000-beheerplannen elke 2 jaar een APK.
Beheer NNN en Natura 2000
- We werken samen met grondeigenaren en beheerders om onze natuurdoelen te halen. We willen de natuurgebieden in stand houden en verbeteren waar dat kan. We subsidiëren regulier natuurbeheer via de subsidieregeling SNL.
- We voeren voortgangsgesprekken met beheerders. We gebruiken daarbij de uitkomsten van monitoring en kwaliteitsbeoordelingen van het NNN. In de gesprekken wordt de kwaliteit van de natuur en het natuurbeheer besproken. Als nodig worden afspraken gemaakt over maatregelen ter verbetering van de natuurkwaliteit en benodigde aanpassingen van het beheer. Waar dat noodzakelijk is, geven we subsidies aan grondeigenaren binnen het NNN voor het uitvoeren van aanvullende maatregelen, zoals bijvoorbeeld natuurherstelprojecten, om de kwaliteit te verbeteren. De meer complexe maatregelen waarvoor een gebiedsproces nodig is, werken we verder uit via het ZH-PLG.
- Voor de Natura 2000-gebieden zijn de natuurherstelmaatregelen beschreven in de Natura 2000-beheerplannen. We voeren regelmatig gesprekken met de terreineigenaren over de voortgang van de uitvoering van deze natuurherstelmaatregelen. Via verschillende subsidieregelingen (SKNL en SNZH) voeren we kwaliteitsimpulsen uit voor kwaliteitsverbetering van de natuurgebieden.
Natuurbrandbeheersing
- Om Zuid-Holland beter voor te bereiden op het voorkomen van onbeheersbare natuurbranden wordt in 2027 een provinciaal plan opgesteld voor Natuurbrandbeheersing op basis van de afspraken hierover met het Rijk. Samen met de veiligheidsregio’s, gemeenten, natuurbeheerders en andere belanghebbenden wordt uitwerking gegeven aan een provinciaal kader, samenwerking en borging van deze nieuwe beleidsopgave in het omgevingsbeleid. Onderdeel van het provinciaal plan is het benoemen van risicogebieden waarvoor een verdere aanpak en maatregelen worden bepaald.
Aanpak drukfactoren Natura 2000
- We werken aan een uitvoeringsplan per Natura 2000-gebied voor de brede en integrale aanpak van drukfactoren en nemen maatregelen die voortkomen uit deze uitvoeringsplannen. Op dit uitvoeringsplan zit een uitvoerig participatietraject met de betrokken partners.
- We adviseren op verschillende maatregel initiatieven die uit het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG) naar voren komen voor de vermindering van drukfactoren.
- We sluiten aan op bestaande subsidieregelingen van rakende beleidsopgaven en breiden deze zo nodig uit, zoals de subsidieregeling voor het verwijderen van invasieve exoten.
- We onderzoeken het hydrologische systeem in en rondom Natura 2000-gebieden, om beter te begrijpen waar de knelpunten rondom hydrologie vandaan komen. Dit doen we volgens de landelijke vereisten die hieraan worden gesteld.
- We werken de beleidskaders verder uit voor de aanpak van drukfactoren, dit doen we samen met andere beleidsopgaven zoals invasieve exoten en externe partners. De uiteindelijke borging van deze beleidskaders gaat landen in het Omgevingsbeleid. We sluiten hierbij aan en leveren input op de kaders die vanuit het Rijk worden opgesteld.
- We onderzoeken welk instrumentarium we missen voor het effectief en efficiënt verminderen van bepaalde drukfactoren en ontwikkelen zo nodig missend instrumentarium.
Agrarisch natuurbeheer
- We werken samen met agrarische collectieven aan de natuurdoelen in het landelijk gebied. Hiervoor stellen we de subsidieregeling Agrarisch natuurbeheer (ANLb) open waarmee we activiteiten die boeren uitvoeren voor natuur- en landschapsbeheer, zoals voor weidevogels en groenblauwe dooradering, waterkwaliteit en klimaat, worden vergoed.
Programma Natuur
- Met het Programma Natuur verbeteren we kwetsbare natuurgebieden (Natuur 2000). Het gaat vooral om natuur die schade ondervindt van te veel stikstof. De provincie heeft (herstel)plannen ingediend bij het Rijk. Het Rijk heeft daarvoor geld beschikbaar gesteld voor een tweede fase die loopt van 2026 tot en met 2032.
- We gaan verder met de uitvoering van maatregelen voor de tweede fase. Dat doen we onder andere door een subsidieregeling voor terreinbeheerders open te stellen voor maatregelen uit de Natura 2000-beheerplannen die als doel hebben om de condities van stikstofgevoelige natuur te verbeteren.
- Met de tweede fase Programma Natuur worden aankopen met volledige schadeloosstelling mogelijk gemaakt in de daarvoor aangewezen NNN-gebieden Binnenduinrand van Goeree, Schapengors en Westveen.
Integrale versterking Nationale parken
Mensen moeten van natuur kunnen genieten, maar kwetsbare natuur moet ook beschermd blijven. Binnen de nationale parken wordt in beeld gebracht wat er nodig of wenselijk is voor een goede balans daarin en wordt de verbinding gelegd met de provinciale opgaven die (kunnen) bijdragen aan de doelstellingen van de nationale parken. Hierbij werkt de provincie samen met de provinciale partners zoals de Nationale Parken, terreinbeheerders, gemeenten, waterschappen, ondernemers en belangenvertegenwoordigers en ondersteunen we de werkorganisaties van Nationaal Park Hollandse Duinen en Nationaal Park de Biesbosch zowel financieel als organisatorisch.
De maatregelen waaraan de provincie werkt vallen ook samen met andere doelen in de provinciale begroting (zie Beleidsdoel 7-2). De maatregelen zijn heel verschillend:
- Het werken aan het verspreiden van recreatie. Daarvoor zorgen we dat sommige gebieden toegankelijker zijn dan anderen en gebruiken we toegangspoorten en recreatieve routes.
- We ontwikkelen aantrekkelijke plekken die buiten de meest kwetsbare natuur liggen.
- We gebruiken campagnes om mensen bewust te maken van kwetsbare natuur.
Beleidsprestatie 5-1-3 Natuurinclusieve transitie
Wat willen we bereiken?
De provincie wil natuur meenemen in al haar ruimtelijke ontwikkelingen, zodat biodiversiteit behouden en versterkt kan worden. Natuur stopt immers niet bij de grens van natuurgebieden. Natuurinclusieve ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan het oplossen van veel provinciale uitdagingen (bodemdaling, verzilting, verdroging, afname biodiversiteit). Ook is het een randvoorwaarde voor een voldoende sterk ecologisch systeem, zodat aan (inter)nationale afspraken (natuur, stikstof, klimaat, fijnstof) wordt voldaan.
Door biodiversiteit als dwarsdoorsnijdend thema onderdeel van ons handelen te maken, werken we aan een aantrekkelijk, natuurinclusief en toekomstbestendig Zuid-Holland. Dan ontstaat zowel meer ruimte voor flora en fauna, als voor het oplossen van maatschappelijke problemen. De provincie wil met medeoverheden en kennisinstellingen het concept basiskwaliteit natuur verder ont- wikkelen om te natuurinclusieve transitie te bevorderen.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
- We gaan verder met de uitvoering van de Groeiagenda Natuurinclusief Zuid-Holland 2024-2027. Met de agenda willen we bereiken dat ‘natuurinclusief’ onderdeel wordt van andere opgaven zoals bijvoorbeeld waterkwaliteit, landbouw en verstedelijking.
- We verkennen wat een goede vervolgstrategie zou kunnen zijn voor het versnellen van de transitie die nodig is voor een natuurinclusieve samenleving in 2050.
- We werken met het Rijk en andere partners aan de Nationale Agenda Natuurinclusief 3.0.
- We bouwen verder aan een stevig bestuurlijk netwerk met gemeenten en andere stakeholders in Zuid-Holland om natuurinclusief in de praktijk te versnellen.
Bevorderen basiskwaliteit Natuur voor een natuurinclusief en gezond Zuid-Holland
Het Kennisprogramma Basiskwaliteit Natuur (BKN) gaat over algemene dier- en plantsoorten in landelijk en stedelijk gebied. Als in deze gebieden de kwaliteit van de leefomgeving op orde is, profiteert alle natuur daarvan mee - ook zeldzame soorten in natuurgebieden. Het BKN wordt verder ontwikkeld. Dat gebruiken we in ons voordeel. We bekijken hoe de ontwikkeling van het BKN kan bijdragen aan de verschillende thema's en ontwikkelen een handboek voor gemeenten over de toepassing van BKN in de praktijk.
Ontwikkelen natuurinclusief kennis- en instrumentarium
- We onderzoeken wat natuurinclusief werken belemmert en hoe we knelpunten kunnen oplossen.
- Voor de belangrijkste onderwerpen brengen we mensen en organisaties bij elkaar, zodat zij kennis en ervaringen kunnen delen.
Realiseren van natuurinclusieve inspiratielocaties
- We verzamelen en delen goede voorbeelden van natuurinclusief werken via de website en twee keer per jaar een uitgave van het magazine ‘De Groene Omslag’.
- We verstrekken subsidie aan de VP-Delta proeftuin ‘de Natuurbuurt’ op het terrein van de TU-Delft (the Green Village) gericht op testen en opschalen van natuurinclusieve innovaties in stedelijk gebied.
Beleidsprestatie 5-1-4 Stikstofreductie
Wat willen we bereiken?
Het terugbrengen van stikstof (zowel ammoniak als stikstofoxiden), heeft als doel om de neerslag van stikstof op de natuurgebieden te verminderen en daarmee bij te dragen aan natuurherstel. De provincie heeft als doel om de uitstoot van ammoniak uit de landbouw sterk te verlagen om zo bij te dragen aan het landelijke doel om de uitstoot 42-46% terug te brengen in 2035 ten opzichte van 2019. Ook draagt de provincie bij aan de landelijke doelstellingen voor het verminderen van stikstofoxiden van 50% voor de industrie en 50% voor de mobiliteit (inclusief bouw) in 2035 ten opzichte van 2019. De provincie onderzoekt de mogelijkheden om richting 2035 de vermindering van uitstoot op bedrijfs- dan wel op gebiedsniveau te kunnen borgen. Op deze wijze wil de provincie in de toekomst de uitstoot van ammoniak geborgd verminderen.
Daarnaast is het voor de provincie belangrijk om maatschappelijke ontwikkeling mogelijk te blijven maken. Om de stikstofproblematiek op te lossen werkt de provincie samen met regionale partners.
Deze inzet wordt in het omgevingsprogramma verder uitgewerkt en verloopt langs de volgende lijnen:
- Ammoniak (NH3) verminderen voor natuurherstel;
- Stikstofoxiden (NOx) verminderen voor natuurherstel;
- Ontwikkelingen mogelijk houden door vergunningverlening, waaronder helpen bij de legalisatie van PAS-melders.
Wat gaan we doen om dit te realiseren?
Algemeen
Met het Stikstoffonds (ca. € 20 miljard) richt het nieuwe kabinet zich, zoals aangekondigd in de Rijksbrief “Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof” van 26 juni jl., op het realiseren van structurele stikstofreductie, het herstellen van natuur en het creëren van ruimte voor economische ontwikkeling. Het fonds financiert onder andere maatregelen zoals innovatie in de landbouw, verduurzaming van bedrijven en vrijwillige beëindiging van hoge uitstoters. Daarnaast ondersteunt het gebiedsgerichte aanpakken rond kwetsbare natuur en de transitie naar een toekomstbestendige landbouw. Het doel is om juridisch houdbare emissiereducties te bereiken en zo vergunningverlening weer mogelijk te maken. Naar aanleiding van de Rijksbrief en aankondiging van het Stikstoffonds is de verwachting dat er in de komende periode aanvullende inzet nodig zal zijn voor de provinciale uitwerking van het maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof.
Ammoniakreductie voor natuurherstel
- De provincie bekijkt hoe de uitstoot van ammoniak in de landbouw minder kan worden. Het kabinet heeft in de Rijksbrief van 26 juni 2026 aangekondigd te komen met bedrijfsspecifieke emissienormen voor zowel melkveehouderij (norm per fosfaatrecht van 0,164 kg NH3) als voor overige intensieve sectoren (per dierplaats). Het kabinet verwacht de hoogte van de normen in het eerste kwartaal van 2027 vast te stellen. De provincie zet zich in om hier gerichte invulling aan te geven. Hiertoe zijn we in overleg over de exacte normen en de impact hiervan op de veehouderij. Daarnaast ontwikkelen we ondersteuning om boeren te helpen aan de normen te voldoen, met als doel een duurzaam toekomstperspectief te behouden.
- We willen de innovatie in de landbouw stimuleren. Daarom geven we subsidies aan initiatieven die de uitstoot van ammoniak verminderen. Het is een van de belangrijke punten van het Coalitieakkoord 2026-2030 om boeren en andere ondernemers te helpen bij het verduurzamen van hun bedrijf door onder meer innovatie. Dit doen we onder meer met proefprojecten en pilots, samen met gebiedspartijen en andere overheden binnen het ZH-PLG.
- Naast innovatie staan in het Coalitieakkoord ook andere maatregelen, afhankelijk van de omstandigheden bij een bedrijf en in de directe omgeving. Een voorbeeld van een andere maatregel is minder vee per hectare of hetzelfde aantal vee op meer hectare. Zo kunnen maatregelen (bijvoorbeeld ander veevoer) leiden tot het beperken van de uitstoot per bedrijf en het toewerken naar grondgebonden veehouderij. Andere mogelijkheden zijn meer weidegang, functie van bedrijf veranderen, verplaatsen of stoppen.
- Wij willen weten of en in welke mate we onze doelen voor het verminderen van de uitstoot halen. Ook willen we weten of ons beleid helpt om dit doel te halen. Dit onderzoeken we door bij te houden hoeveel uitstoot van ammoniak er elk jaar minder is in vergelijking met het referentiejaar 2019, hiervoor werken we aan een Ammoniakmonitor specifiek voor Zuid-Holland. We willen meer weten over de stikstofdepositie, het neerslaan van stikstof op de bodem en in het water van reactieve stikstofverbindingen uit de lucht. We willen weten hoeveel stikstof neerdaalt op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Op basis van die gegevens kunnen we vaststellen in of en met hoeveel de stikstofneerslag de Kritische Depositie Waarde (KDW) overschrijdt.
- Als onderdeel van Samenwerkende Aanpak Natuurherstel en Economie (SANE) onderzoeken we de volgende maatregelen:
- Een emissieplafond ammoniak voor de melkveehouderij. Een emissieplafond stelt een maximum aan de hoeveelheid ammoniak die een bedrijf mag uitstoten. De ondernemer bepaalt zelf hoe hij of zij voldoet aan het emissieplafond. Bijvoorbeeld door extensiveren, innovaties en/of voer- en managementmaatregelen.
- Overgangszones. We hebben onderzocht hoe overgangszones voor bepaalde N2000-gebieden kunnen helpen bij het verminderen van stikstof als drukfactor. Op basis hiervan kijken we of we die zones kunnen koppelen aan maatregelen voor de drukfactoren hoeveelheid water, waterkwaliteit, exoten en recreatiedruk. Daarnaast zorgt de Rijksbrief van 26 juni voor duidelijke kaders rondom zonering bij stikstofgevoelige N2000-gebieden. Instructieregels voor provincies hiervoor worden eind 2026 verwacht.
- Het invoeren van strategisch grondbeleid. We kunnen op strategische plekken in de provincie grond aankopen. We kunnen de grond gebruiken voor het verplaatsen van bedrijven, voor de extensivering van bedrijven, voor het opleggen van beperkingen in overgangszones of voor het realiseren van natuur en andere opgaven. In sommige gevallen worden ook opstallen overgenomen. Hierdoor kunnen we de stikstofdruk en de impact van andere drukfactoren op Natura 2000-gebieden direct of indirect verminderen.
- Natuurlijke stoppers. De komende jaren stoppen waarschijnlijk enkele melkveebedrijven, bijvoorbeeld omdat er geen opvolger is. We onderzoeken hoe dit kan helpen om de stikstofuitstoot te verminderen. We weten uit ervaring dat de stikstofrechten van deze stoppende bedrijven worden verkocht aan andere melkveebedrijven. Daardoor is er geen of maar een klein effect op het verminderen van de uitstoot van stikstof. Om die vermindering van uitstoot toch te bereiken, zorgen we dat we beter zicht hebben op mogelijke natuurlijke stoppers. Met die kennis kunnen we onze maatregelen beter gebruiken, zoals strategisch grondbeleid.
Stikstofoxidenreductie voor natuurherstel
- Voor het verminderen van de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) zijn landelijke doelen vastgesteld. Voor de sector mobiliteit gaat het om 50% reductie in 2035 in vergelijking met 2019. Het Rijk heeft dit doel vastgesteld, de provincie draagt bij aan het behalen hiervan.
- We dragen bij aan de afspraken die het Rijk maakte met industriële piekbelasters. Dat zijn bedrijven met een hoge stikstofuitstoot. Het Rijk en de bedrijven sluiten samen overeenkomsten, de provincie controleert of bedrijven zich aan de afspraken houden over het terugdringen van de uitstoot van stikstofoxiden. Ook is de provincie het bevoegd gezag bij vergunningverlening voor de industriële piekbelasters. We analyseren de NOx-uitstoot met een jaarlijkse NOx-monitor. De provincie wil zo inzicht krijgen in de NOx-uitstoot. Ook wil de provincie weten hoeveel stikstofneerslag terechtkomt in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Dan kan de provincie vaststellen of en hoeveel de stikstofneerslag de Kritische Depositie Waarde (KDW) overschrijdt.
Vergunningverlening maatschappelijke ontwikkelingen mogelijk houden
- We willen vergunningverlening mogelijk houden voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw, energietransitie en mobiliteit. Dit doet de provincie samen met gebiedspartijen en andere overheden. Sinds de Rendac-uitspraak van de Raad van State is vergunningverlening verder bemoeilijkt. De Rijksbrief van 26 juni biedt perspectief voor vergunningverlening, mits de daarin voorziene stikstofreductie en het natuurherstel in voldoende mate zullen worden bereikt.
- We zetten ons in voor het legaal maken van PAS-melders. PAS-melders zijn bedrijven, vaak boeren, die onder het Programma Aanpak Stikstof (PAS) alleen een melding hoefden te doen voor hun stikstofuitstoot, maar sinds de Raad van State in 2019 het PAS ongeldig verklaarde, hebben zij geen geldige vergunning meer. De verantwoordelijkheid voor het legaal maken van PAS-melders ligt bij het Rijk. Namens de provincie controleert de Omgevingsdienst Haaglanden de bedrijven die zich hebben aangemeld voor het traject om legaal te worden. Ook helpt de provincie bij het zoeken naar mogelijke manieren om PAS-melders legaal te maken. Zo wil de provincie bijdragen aan een legale situatie voor PAS-melders.
- Via de gebiedsgerichte aanpak natuurherstel Rotterdamse haven zetten we ons in om additionaliteit aan te kunnen tonen in de vier duin Natura 2000-gebieden gelegen aan de westkant van de haven. Dit doen we in samenwerking met de collega’s van natuur, Natura 2000 en Omgevingsdienst Haaglanden en externe partners en betrokken medeoverheden. De Rijksbrief van 26 juni roept provincies op om zelf snel stappen te zetten voor het onderbouwen van additionaliteit voor de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. We kijken hoe we de kennis en ervaring die we opdoen en hebben opgedaan bij de gebiedsgerichte aanpak natuurherstel Rotterdamse haven voor de overige stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kunnen inzetten en uitrollen. Dit brengt echter wel vragen over beschikbare capaciteit met zich mee.
