Beleid
Het beleid voor weerstandsvermogen en risicobeheersing is wettelijk geregeld in het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). Daarnaast heeft de provincie eigen beleid in de vorm van de Financiële verordening op het niveau van Provinciale Staten (PS) en de Uitvoeringsnota Risicomanagement op het niveau van Gedeputeerde Staten (GS):
- Artikel 11 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
- Financiële verordening provincie Zuid-Holland 2021
- Uitvoeringsnota Risicomanagement
Het BBV verplicht provincies en gemeenten om in zowel de begroting als de jaarrekening een paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing op te nemen. Vanuit de wet moet de paragraaf inzicht geven in onder andere de financiële risico’s, het weerstandsvermogen en de financiële kengetallen. Het doel hiervan is dat PS kunnen beoordelen of de provincie financieel weerbaar genoeg is om de geïdentificeerde risico's op te vangen.
In de provinciale begroting en jaarrekening staat in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’ het integrale risicoprofiel van de provincie centraal. Er wordt getoetst of de provincie voldoende middelen heeft om de financiële gevolgen van de risico’s op te vangen door middel van het weerstandsvermogen. De norm voor het weerstandsvermogen (de beschikbare middelen (weerstandscapaciteit) gedeeld door de omvang van de financiële risico’s) is ‘minimaal 1’, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Dit is eveneens vastgelegd in de Financiële verordening.
In de Financiële verordening is het provinciale kader voor risicomanagement vastgelegd. In dat kader staat dat er een systeem van risicomanagement moet zijn dat leidt tot een integraal en transparant inzicht in de risico’s. Het systeem moet ondersteunen bij het proces van sturing, beheersing, besluitvorming en verantwoording, waardoor risicomanagement bijdraagt aan het realiseren van de provinciale doelen en ambities. Dit systeem is verder uitgewerkt in de Uitvoeringsnota Risicomanagement.
Het systeem van risicomanagement, wat onderdeel is van de Uitvoeringsnota Risicomanagement, beschrijft dat er binnen de provincie aandacht is om risicogestuurd te werken en bewust en verantwoord om te gaan met risico’s. Dit leidt tot de volgende ambities:
- Het risicomanagementproces maakt integraal onderdeel uit van het management van en de besluitvorming over alle opgaven en opdrachten van de provincie;
- Risicomanagement is geïntegreerd in de structuur, processen en activiteiten van de organisatie.
- Iedereen beschikt over voldoende mate van risicobewustzijn en toont risicoleiderschap passend bij de uitoefening van zijn/haar functie.
Als provincie zorgen we dat we ten minste voldoen aan wetgeving, proactief handelen en risicomanagement inzetten om waarde te creëren in onze processen en bij de uitvoering van onze opgaven en opdrachten. De komende jaren versterken we risicomanagement stapsgewijs binnen de organisatie. In 2027 richten we ons op drie onderwerpen:
- Kwaliteit van risicomanagement: Onderdeel van ons beleid is de voortdurende borging en verbetering van de kwaliteit van het risicomanagement. Kwaliteitsverbetering vindt plaats door het uitvoeren van een kwaliteitstoets op de werking van het risicomanagement en het invoeren van verbetermaatregelen. Dat doen we vooral op de lopende risicodossiers bij uitvoeringsprojecten, zoals infrastructurele en natuurprojecten. Daarmee wordt risico-informatie beter beschikbaar voor portfolioanalyses en/of programmasturing. Ook maken we een kwaliteitsslag op de risico-informatie die onderdeel is van bestuurlijke besluitvorming.
- Risicobewustzijn en risicoleiderschap: Risicobewustzijn staat centraal bij het omgaan met risico's en onzekerheden. Het risicobewustzijn wordt groter door met iedereen in de organisatie gesprekken te (blijven) voeren over risico’s in opgaven en opdrachten. Ook het toepassen van het risicomanagement (binnen opdrachten) draagt bij aan het vergroten van het risicobewustzijn. Daarnaast geven we trainingen waarmee we het risicobewustzijn vergroten. In de trainingen is veel aandacht voor de zogenoemde ‘soft controls’ die toezien op houding en gedrag.
- Externe bronnen/analyse: Externe informatiebronnen worden systematisch benut om exogene risico’s beter te identificeren en te duiden, waardoor de organisatie tijdig kan inspelen op externe ontwikkelingen en veranderende omstandigheden/omgeving.
