Algemene dekkingsmiddelen
Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten voor de provincie waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald en zijn daarmee vrij besteedbaar (in tegenstelling tot de specifieke dekkingsmiddelen). De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit:
Lokale heffingen
Lokale heffingen bestaan vrijwel volledig uit inkomsten voor de opcenten Motorrijtuigenbelasting. Voor de bepaling van de belastinggrondslag zijn de cijfers van Rijksbelastingdienst leidend. In deze meerjarenbegroting 2027 wordt het tarief van de opcenten conform Kadernota 2027-2030 geïndexeerd. Voor het belastingjaar 2027 wordt daarom voorgesteld het tarief te verhogen met 1,9 opcenten (2,1% conform CEP 2026). Tevens correctie van 0,3 opcenten ter uitvoering van de motie 1812. Dit betekent dat het nieuwe tarief opcenten voor het jaar 2027 106,3 opcenten bedraagt (was 104,4). In de jaren 2027 en verder is er rekening mee gehouden dat de vrijstelling voor elektrische voertuigen wordt aangepast. In de jaren 2027, 2028 geldt een korting voor elektrische voertuigen van 30% en in 2029 van 25%. Verdere informatie vindt u in de paragraaf Lokale Heffingen.
Provinciefonds
De raming van de inkomsten uit het provinciefonds is gebaseerd op de Meicirculaire 2026. Daarnaast is rekening gehouden met inkomsten die al zijn aangekondigd om te verwerken in de septembercirculaire 2026, namelijk de de herverdeling van het provinciefonds. De uitkering uit het provinciefonds bestaat uit een algemene uitkering en decentrale uitkeringen, die een eigen verdeling over de provincies hebben. De indexatie van de algemene uitkering in het Provinciefonds is gekoppeld aan het nominaal bruto binnenlands product. Deze cijfers worden gepubliceerd door het CPB en in de circulaires verwerkt.
Dividenduitkering
De provincie ontvangt geld (dividend) vanuit de deelnemingen, bedrijven of organisaties waarin zij een aandeel heeft. Op dit moment zijn dat de BNG, NWB en de ZEH.
