Paragrafen

Paragraaf Brede Welvaart

Materiële welvaart

Beleidsdoelen 4-1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat; 5-2 Toekomstbestendige landbouw; 7-1 Bevorderen verbetering milieukwaliteit en gezondheid; 5-3 Leven met water
De verdeling van inkomen en economische middelen binnen de samenleving en de bredere economische structuur. 

Spanningen en win-wins: Het toekomstbestendig verdienvermogen van de Zuid-Hollandse economie staat onder druk. Dat vraagt om innovatie (beleidsdoel 4-1) maar ook om het op orde zijn van randvoorwaarden voor investeringen door bedrijven op het gebied van ruimte, human capital (beleidsdoel 4-1), beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie (beleidsdoel 3-1) en vergunningverlening (beleidsdoel 5-1). Economische activiteiten strijden om schaarse ruimte met de natuur en wonen (4-1). Daarnaast zijn veel duurzame innovaties nog te duur en complex, terwijl de economie moet verduurzamen om onze toekomstige brede welvaart te borgen (beleidsdoel 4-1). Transitielasten kunnen bovendien neerslaan bij groepen met weinig buffer (beleidsdoel 4-1). Ook het beperken van milieubelastende activiteiten zonder gelijktijdige investeringen in een schone economie kan de bestaanszekerheid van kwetsbare groepen aantasten (beleidsdoel 7-1). De land- en tuinbouw dragen bij aan economie en voedselzekerheid (beleidsdoelen 4-1, 5-2). De landbouw biedt via combinaties met natuur, recreatie en energie ook kansen op nieuwe verdienmodellen en speelt ook nog eens een belangrijke rol in de sociale samenhang in het landelijk gebeid (beleidsdoel 5-2). Tegelijkertijd geldt dat er ook een spanning zit tussen de economische belangen van de haven en de landbouw en de impact hiervan op de omgeving (denk aan de uitstoot van stikstof).

Groepen en gebieden: Op bedrijventerreinen werken relatief veel praktisch geschoolden, en het brede MKB en flexwerkers staan kwetsbaar in de transitie (beleidsdoel 4-1). Hoewel het bedrijfsleven in onder andere de Rotterdamse haven werkgelegenheid biedt aan praktisch geschoolde inwoners, dragen omwonenden vooral de consequenties van milieubelastende activiteiten (beleidsdoel 7-1). Daarnaast krijgen zowel de landbouw als andere economische sectoren het eerste last van verminderde waterbeschikbaarheid (verdringingsreeks) ( beleidsdoelen 5-3 en 6-2).

Inzet: De provincie investeert in een innovatieve economie, human capital, ruimte voor ondernemen en de circulaire economie (beleidsdoel 4-1). Verder ook op verbetering van de milieukwaliteit (beleidsdoel 7-1) en een divers en toekomstgericht bestand aan agrariërs, van hoogtechnologisch en innovatief tot natuurinclusief en multifunctioneel (beleidsdoel 5-2).

Deze pagina is gebouwd op 09/28/2026 08:02:25 met de export van 09/28/2026 07:51:50