Mobiliteit en bereikbaarheid
Beleidsdoelen 2-1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen; 2-2 Goed functionerende provinciale infrastructuur
De mate waarin mensen zich kunnen verplaatsen en toegang hebben tot werk en voorzieningen.
Spanningen en win-wins: Mobiliteit en bereikbaarheid (beleidsdoelen 2-1, 2-2) leveren een belangrijke bijdrage aan materiële welvaart en kwaliteit van de woonomgeving. Door groei van de bevolking en economie wordt het steeds drukker op de weg. Betere bereikbaarheid kan leiden tot meer verplaatsingen en drukte, ruimtebeslag en negatieve gevolgen voor milieu, klimaat, ecosystemen (emissies, versnippering), veiligheid (ongelukken) en welbevinden (geluidsoverlast) (beleidsdoel 2-1). Ook onderhoudswerkzaamheden maken gebieden tijdelijk minder goed bereikbaar (beleidsdoel 2-2). Daartegenover kunnen toegankelijk en emissieloos openbaar vervoer, veilige fiets- en wegverbindingen en emissieloos goederenvervoer bijdragen aan milieu, klimaat, veiligheid, wonen, sociale samenhang, arbeid en gezondheid (beleidsdoel 2-1) Ecologisch beheer van (vaar)wegen en bermen versterken milieu en biodiversiteit (beleidsdoel 2-2).
Groepen en gebieden: De verdeling van lusten en lasten is ongelijk. Wie dicht bij een OV-knooppunt woont en veel met het OV reist, profiteert (beleidsdoel 2-1); Wie zonder auto langs een drukke weg woont, ervaart vooral overlast (beleidsdoel 2-1). De effecten verschillen sterk per gebied (voorzieningen, reisopties, banen, scholen) en per periode, afhankelijk van onderhoudswerkzaamheden (beleidsdoelen 2-1, 2-2). Voor gebieden waar andere modaliteiten geen goed alternatief bieden, verbetert de provincie ook de bereikbaarheid per auto (beleidsdoel 2-1).
Inzet: De provincie voert een proef uit met een OV-kortingskaart voor minima, stimuleert emissieloos vervoer en werkt aan snel, comfortabel en toegankelijk openbaar vervoer (beleidsdoel 2-1). We maken het openbaar vervoer breed toegankelijk bijvoorbeeld in de Drechtsteden via Mobiliteitsplatform Stroomlijn. Daarnaast werkt de provincie toe naar volledig emissieloze aanleg van infrastructuur, past zij ecologisch bermbeheer toe en zorgt zij voor veilige en beschikbare (vaar)wegen en fietspaden met zo min mogelijk overlast (beleidsdoel 2-2).
